contact zoeken wedstrijden

Catharinus van Seijst 1954 - 2022

Tekst: Rynk Bosma

 

Al weer jaren geleden keek de met blonde manen gezegende kaatser Catharinus van Seijst terug op eigen kaatsleven. Zonder spijt, met een warm gevoel voor het groepje kaatsers van de nazit. Maar wel met de gedachte dat de tegenwoordige krachttraining hem in ‘zijn’ tijd tussen 1973 en 1983 misschien dichter bij een toppartuur had kunnen brengen. Want Catharinus was een balsporter met een feilloos gevoel voor de bal, groot of klein, van leer of van ivoor, dat maakte hem niet uit. Kaatser, talentvol jeu de pelote speler, voetballer en biljarter, Catharinus was het allemaal.
 
Op donderdag 7 juli 2022 kwam er een eind aan het leven van de op 18 januari 1954 geboren Catharinus van Seijst. Hij was de tweede zoon van Bouke van Seijst en Japke (Jacoba) Helfrich die jarenlang uitbaters waren van het café in Baard. Bouke van Seijst wist de Freule te winnen in 1931 voor Harlingen en Japke Helfrich was een zuster van de fameuze Sjouke Helfrich. Dus aan kaatsgenen ontbrak het niet bij de beide zonen Johan en Catharinus van Seijst.
 
Catharinus was tien jaar jonger dan Johan van Seijst die als opslager met winst op de PC van 1968, 1969 en 1975 net even meer sporen naliet in de Friese kaatswereld.  Bovendien werd Johan ook nog eens twee keer koning van de PC. Qua karakter echter was Johan zeker in zijn jonge jaren echter in het veld minder gemakkelijk en ook minder aimabel dan ​Catharinus.


Want aan talent en atletisch vermogen ontbrak het niet bij Catharinus van Seijst. Sterker nog, als voetballer, peloteur en biljarter was hij meer allround en beter dan broer Johan. Misschien had hij bij het invullen van een wensenlijstje ‘meer lengte’ aan kunnen kruisen en dat dan in de letterlijke betekenis. Want qua postuur bleef Catharinus aan de kleine kant. Misschien een erfenis van de Helfrichs, immers Sjouke Helfrich had niet voor niks de bijnaam ‘lytse bakker’.
 
In andere opzichten trof Catharinus het niet wat betreft timing. Je moet wat geluk hebben bij de kaatslichting van dorp of stad. Bouke en Japke van Seijst bestierden het café in Baard en verhuisden in de tweede helft van de jaren zestig naar Franeker.
 
Die verhuizing naar Franeker betekende te grote concurrentie voor het partuur dat naar de Freule zou gaan. Hennie Seerden, Anske de Boer en André Roosenburg waren de uitverkorenen die het in 1968 wonnen. Om zijn talent als balsporter te onderstrepen werd Catharinus in dat jaar wel uitgenodigd voor een selectietraining bij SC Cambuur. Maar 1968 was ook het jaar van de terugkeer naar Baard.
 
‘Ik kan d’r niks an doen jonge’, zo zei Bouke van Seijst toen bleek dat die verhuizing een streep haalde door de ambities van Catharinus om ooit de Freule te winnen. ‘Mei twa balkearders kinne je de Freule net winne’, zo zei hij later. Kwam nog bij dat Catharinus in 1969 naar het ziekenhuis moest voor een operatie aan de linker nier. Eerder naar huis, twee weken leven op een vloeibaar dieet want de Freule wachtte…tevergeefs.

JongNederl

De Jong-Nederlandpartij in 1973 te Franeker. Staand v.l.n.r.: scheidsrechter Chris Lantinga (Roordahuizum); André Roosenburg, Anske de Boer en Catharinus van Seijst, de winnaars van de eerste prijs voor de kaatsvereniging "Jan Bogtstra" te Franeker; Pier Zijlstra, Hessel Hovenga en Minne Hovenga, de winnaars van de tweede prijs voor de kaatsvereniging "Wommels" te Wommels; scheidsrechter Jaap Pander (Leeuwarden). Gehurkt v.l.n.r.: Anne Rinkema, Piet Jetze Faber en Gosse Faber, de winnaars van de derde prijs voor de kaatsvereniging "KC De Boer" te Stiens.



Je zou bijna vergeten dat er voor de jeugdige Catharinus wel degelijk succes was op het kaatsveld. Bijvoorbeeld het kampioenschap schoolkaatsen in 1966 of de bond voor schooljongens winnen met Henk Procee en Anske de Boer. En met als uitsmijter natuurlijk de Jong Nederland winnen in 1973 met André Roosenburg en Anske de Boer.
 
Twee jaar later zou Catharinus officieel eerste klasser worden als opslager. In principe was hij een allrounder die ook in het achterperk of voorperk kon. Als opslager moest hij het meer hebben van de geplaatste bal dan van een dodelijke bal. Overigens had het in 1975 maar weinig gescheeld of de beide broers hadden toen in de finale van de PC tegenover elkaar gestaan, zo vertelde Catharinus later. Twee keer ‘op ‘e dea’ en toch overleven leverde de bebrilde kaatser met de lange blonde manen wel de publieksprijs op, maar niet een finaleplek.
 
Maar wel een plek in de halve finale tegen het partuur Piet de Jong, Johan Halbesma en André Roosenburg. ‘Elke omloop stienen wy op de dea’, zo zei Catharinus later. Het was creatief schuiven in de opstelling van het partuur. Dat begon al in de eerste omloop tegen Rienk de Groot, Tamme Velstra en Jan van der Molen. De maten van Catharinus waren Anne Bootsma en Thijs Bartsma, beide uit Bolsward. Bootsma achterin en altijd met blote hand.
 
‘Wy moatte oars’, zo zei Bootsma na een ruime achterstand in die eerste omloop. Dus ging Catharinus in het achterperk en forceerde bij een 5-4 en 4-4 achterstand de partij. De eerste bal van opslager De Groot ging boven, de tweede werd een dikke kaats die werd verzilverd. En zo werd op 5-5 toch nog gewonnen.
 
In de tweede omloop opnieuw met 4-1 achter, toen moest Bartsma het perk uit en ook nu werd gewonnen. Het blijft natuurlijk verbijsterend dat het in de halve finale niet werd gedaan. Eerst al het advies van niemand minder dan ‘omke’  Sjouke Helfrich: ‘As jim wat wolle dan moatsto fuort yn it perk.’ De maten wilden niet en weer werd het een 4-1 achterstand. ,,Doe sei Anne fan ‘Wy moatte oars’, mar ik sei ‘No net mear’.’’ De finale werd gemist, maar Catharinus weet het zeker: ,,Yn de finale wie ik foaryn gien, en ik wit seker dat Johan dan ien kear opslaan soe, dan wie it in keats. Begryp my goed, ik sis net dat wy it wûn hienen, mar wol dat wy it Johan muoiliker makke hienen.’’
 
 

Jeu de peloteVanS

Al in 1975 maakte Catharinus grote indruk bij het jeu de pelote in Maubeuge. Hij kon toen voor 20.000 gulden als opslager en koordspeler naar de Zuiderburen. ,,Ik ha doe tsientûzen mear frege, want ik rekke fansels wol in heal jier kwyt by myn wurkjouwer.’’ Later kwam de spijt vaker dan één keer langs: ‘Hie ik it mar dien, dat ha’k faak tocht.’
 
De fameuze De Friesche Club uit Leeuwarden wilde hem al vroeg inlijven als biljarter, maar ook dat ging niet door. Wel speelde Catharinus in de Friese voetbalselectie met onder andere Tjeerd van der Kooi en Wybe van Dijk. Later speelde de tweebenige zaalvoetballer Catharinus in het team Vocht uit Menaam, samen met onder andere kaatser Johannes van der Meij. Dat team groeide uit tot een van de beste zaalvoetbalteams van Friesland.
 
Catharinus van Seijst was al geruime tijd ziek en wist dat hij deze partij uiteindelijk niet zou winnen, zelfs niet met de liefdevolle echtgenote  Hennie van der Velde aan zijn zijde. In de vitrine in de woonkamer in Menaam de vele eretekens die werden  gewonnen. Achttien keer een eerste prijs met een koningschap in Holwerd en Pingjum. Toen zei Catharinus: ‘Ik ha der wer twa jier bykrigen’ met het oog op zijn ziekte. Nu is dat voorgoed voorbij en kon alle tactiek van voorin, achterin en ‘foarbêst op’ van die PC van 1975 overboord. Want uiteindelijk moet iedereen het hoofd buigen voor de eindigheid van het leven.

OpslagVanSeijst

Hoofdsponsoren

Businesspartner

Suppliers