contact zoeken wedstrijden

Jan Meijer onderdeel van grote kaatspeloton

Tekst en foto's: Rynk Bosma

Het hele wezen van de op 28 december 1953 geboren Jan Meijer is doordrenkt van het kaatsen. Hij is iemand van het grote kaatspeloton en vooral niet te verwarren met de iets oudere opslager Jan Meijer uit Jirnsum, eerder Nes in Westdongeradeel waar de kaatsclub zijn naam kreeg. De ‘oare’ Jan Meijer is een liefhebber die relatief anoniem zijn balletje sloeg en slaat, maar daarom niet minder een geheel leven liefhebber. 

JanMeijerActie_Fotor

Altijd op gepaste afstand van de groten van kaatsland want de eigen kaatstalenten waren niet toereikend om mee te strijden op het hoogste podium. Maar ook de minder in aanzien staande podia verdienen af en toe de warmte van de lampen van de schijnwerpers. Want de sport kaatsen wordt mede gevormd door het enthousiasme van de nederige dienaars van die sport. Jan Meijer is eigenlijk bepaald ‘drok’ te noemen, wie een gesprek met hem aanknoopt is bij voorbaat veroordeeld tot een bijrol. Maar wel een boeiende bijrol voor wie oog heeft en oor heeft voor mooie verhalen waarin het Friese sentiment zelden ontbreekt.

Wat betreft kaatskwaliteiten was zoon Gerrit Meijer in 2009 met een derde plaats op de PC uit ander kaatshout gesneden. Jan Meijer was in de jaren tachtig ongeveer zes jaar bestuurslid van de kaatsvereniging in de Trynwâlden want in zijn woonplaats Oudkerk was geen kaatsclub. Van 1978 tot 1988 actief voor de kaatsclub uit Gytsjerk, kransen maken met andere vrijwilligers waarbij zijn vrouw Tjitske Stelpstra zorgde voor de noodzakelijke bloemen in de kransen. Daarnaast verzorgde Jan steevast de verslagen van de wapenfeiten met de kleine bal voor de plaatselijke krant. 

Terwijl Tjitske Stelpstra in Gytsjerk is geboren, stond de wieg van Jan Meijer aan de Achterwei in het voormalige Akkerwoude. Inderdaad in de arbeiderswoningen die bij de zuivelfabriek behoorden. En dan kom je vanzelfsprekend die andere toegewijde dienaar tegen, de menger op de zuivelfabriek aan de Achterwei in Akkerwoude, Sikke Wiersma.  Jarenlang ‘warber’ samen met de heit van Jan Meijer, de inmiddels 97-jarige Andries die machinist in de zuivelfabriek was. Wiersma was in het bezit van een bromfiets en die stelde hij dan beschikbaar aan de kaatsers die naar Blije moesten, twee op een brommer waaronder ook Jan. ,,Sikke ferklaaide him dan earst, strik foar en dan op it fytske nei Blije want hy koe dêr ek iderien.’’ 

 

JanMeijer2

Meijer is niet iemand die om de drie woorden het woord liefhebber laat vallen, zijn daden spreken voor zich. Al vroeg koos hij de kant van het kaatsen hoewel hij ook al vroeg wist dat hij ,,Ien fan it peloton wie.’’ Als jeugdspeler op het voetbalveld fameus om zijn beroemde passeerbeweging en dat ging als volgt, de toen ook kleine Jan wees met de bal aan de voet naar rechts met de woorden ‘Sjoch in mol’, waarop de verdediger even was afgeleid en dat was het moment om hem langs de andere kant te passeren. 
En naar de Freule, ,,Sikke hie altiten syn eigen koarte sportbroek mei, want it koe ris wêze dat ien fan de jonges it broekje fergetten wie. Wylst dat foar ús wol it lêste wie wat wy woenen, in broek fan Sikke oan.’’

Meijer is een man van verhalen, een man die het leven omstandig tot in detail kan uitleggen om zich daarna toch te realiseren dat ,,Wy hjirre mar efkes útfanhûs binne.’’ In 1965 mocht Jan mee in de auto naar de PC, zijn eerste PC die hij ooit zag en dus wordt het dit jaar de 55ste editie. Maar noem het woord PC en er komt een ander verhaal boven water. Jarenlang moesten de kaarten besteld worden bij notaris Van der Wal en Tinus de Vegt haalde die kaarten dan op. En zo kon het gebeuren dat de medewerker met een knipoog tegen De Vegt zei, ‘Ik tocht dat dit wol in moai plakje is’ met het lachje van de samenzweerder.

De ontvanger begreep het niet, maar de plekken waren prachtig, vlak bij de koepeltent. Onbegrijpelijk tot een paar jaar later die andere Jan Meijer uit Jirnsum hem op de schouder tikte en zei: ,,Dat wie doe in moai plakje foar jim, mar dy kaarten wienen foar my ornearre.’’ En toen viel het kwartje natuurlijk.

Jan is eerlijk over eigen kwaliteiten: ,,Ik wie gjin topper, ek de twadde klasse frije formaasje wie te heech foar my. Ik moast it fan in moai lot fan de maten ha.’’ Desondanks zijn de verhalen er misschien wel mooier om want de drang om te winnen vergalde nimmer het plezier. Niet dat die eerlijkheid Jan altijd door zijn maten in dank werd afgenomen. Federatiekaatsen in Lekkum -  ,,By de federaasje kamen je it meast oan ‘e bak’’ – en Jan moest even geduld hebben want zijn maat van die zondag was koster en de kerk was nog niet uit. 

Een andere keer tijdens een federatiepartij in Lekkum waren een paar kaatsers uit Heerenveen heel vervelend. Een meningsverschil over de stand, was het nu 6-0 of 6-6. Jan kaatste in het andere perk en kwam met 3-1 voor. Het was 6-6 en Jan kreeg die bal ‘oan’. ,,Gjin ien hie it sjoen, mar ja dy bal wie oan ‘e bealich dus dat sei ik. Maten lulk fansels. By de priisútrikking krige ik fan foarsitter Folkert Braaksma in boskje blommen. Fansels mei in stek ûnder wetter nei dy mannen fan It Feen.’’

Een andere ervaring waarbij eerlijkheid de koning van de partij werd was in Balk. De PC 55 plus en na afloop reden de winnaars met het treintje door het mooie Balk. Elke omloop opnieuw loten en dan na drie partijen de eersten en de tegen eersten optellen. Jan had 21 eersten voor en zes eersten tegen samen met Tjeerd Harkema. Gelijk dus, dan maar kijken naar laatste eerst, ook gelijk. Het lot moest uitkomst brengen en toen verloor Jan. Dus geen ritje in de trein, geen krans, wel een horloge. 

,,Fansels wie ik teloarsteld, dus ik sei tsjin Tjitske ‘Wy geane fuort, yn Jirnsum even in gehakbaltsje en kofje’ en dan op naar Hurdegaryp. Harkema echter begon te twijfelen over het aantal tegen eersten, vroeg zijn maten en tegenstanders en toen bleek dat hij een eerst meer tegen had dan Jan. ,,Hy hat my fuort opbelle. In wike letter op Sonnenborgh krige ik dochs noch de krânse mei in sulveren baltsje. Moai net?’’

Hoofdsponsor

Businesspartners

Suppliers