Overslaan en naar de inhoud gaan

Willem Hiemstra 1941-2026

Willem Hiemstra 1941-2026

Tekst: Rynk Bosma

Foto's: Keatsmuseum

Ruim twee decennia geleden bekende Willem Hiemstra dat hij in 2005 een knieval voor de moderne tijd had gemaakt door een moderne kaatswant met nap aan te schaffen. Hiemstra werd geboren aan de Seedyksterbuorren nabij Sexbierum op 6 mei 1941. Hij kaatste van 1964 tot en met 1981 en behaalde 138 punten. Op 29 juni 2026 maakte Willem Hiemstra zijn laatste, onvermijdelijke knieval voor de levenswet die alles eindig is. In de advertentie werd zijn leven samengevat in drie woorden: leafde – lok – fertriet.

‘Ik die mei oan in ledepartij yn Sint Anne en âldere keatsers dy’t yn it ferline net iens oan de middelline ta koenen, sloegen de ballen no boppe. Dat dy mannen fierder koene as my wie myn eare te nei. Dus doe ha’k in moderne mof mei nap kocht’, zo vertelde Hiemstra in 2006. Een late knieval met een knipoog naar de moderne tijd. Een humoristische, luchtig getinte anekdote van een man die in alle opzichten een voorbeeldig sportman was. Met een voorliefde voor kaatsen. 

Hiemstra veroverde 138 punten, stond in het achterperk en had een taaie, tweede opslag. Maar zijn handelsmerk was vooral dat hij consequent zonder want uitsloeg. Het was bijna een vast ritueel aan het begin van een partij. Een of twee slagen de kaatswant aan om vervolgens over te stappen op de blote hand.

Hiemstra  was een ‘Seedykster’ want hij werd geboren tegen de ‘seedyk’ aan. ‘Seedyksterbuorren’ werd het buurtje nabij Sexbierum genoemd en er werd achter die zeedijk toen veel gekaatst. Ook Johannes Brandsma bracht hier zijn jeugdjaren door. Door de zeedijkverhoging in 1966 moesten alle bewoners verhuizen naar de Terp in Sexbierum. Rondom die tijd waren de herinneringen van Hiemstra aan de Freule in Wommels al bijna tien jaar oud. Hij won samen met Dirk Houtsma en de latere kaatsjournalist Siep Braaksma twee keer een zogenaamd ‘nikkelen’ horloge. Een vierde prijs in 1956 en een derde prijs in 1957.

Pas in 1964 begon Hiemstra bij de categorie senioren te kaatsen en dat was relatief laat. Hiemstra pendelde als kaatser een beetje tussen de eerste klas en de tweede klas in. Als allrounder won hij echter heel veel op de tweede klas en dat had veel te maken met de eigenschap ‘in drege keatser’ die zich niet gauw gewonnen gaf. Maar wat betreft de top van de eerste klas was Hiemstra wel zo eerlijk te bekennen: ‘Ik wûn noait wat, oaren wienen folle sterker.’ 

Nu was dat wat al te bescheiden en dat was geen wonder want Hiemstra was een bescheiden man. In 1969 en in 1970 wist Hiemstra de Bond in Franeker te winnen voor Sint Annaparochie. Hiemstra stond in het achterperk en op de boven omdat Flip Soolsma een betere tweede opslag had. De vorig jaar overleden Gerard van der Meer was de opslager in 1969. Je hoorde hem niet of nauwelijks, Gerard van der Meer liet zich niet kennen. Een soort sfinx, een voormalige CFK’er uit Sint Annaparochie die samen met Flip Soolsma en Willem Hiemstra in de eindstrijd stond van de Bond in dat zo karakteristieke zwart-witte shirt met verticale strepen. 

Met de kanttekening dat de felle Soolsma de zwijgzaamheid van zijn beide maten luidruchtig compenseerde want ook derde maat Hiemstra was meer van de daden dan de woorden. Die schade haalde Hiemstra overigens later in toen hij Van der Meer fraai herdacht op de site van de kaatsvereniging van Sint Annaparochie. 

Hiemstra won dus in 1969 de Bond in Franeker en zou een jaar later op herhaling gaan. Die tweede winst werd behaald in een sfeer die niet bij de bescheiden Hiemstra paste. Bij zijn in memoriam over Gerard van der Meer verhaalt Hiemstra over wat er allemaal gebeurde in de aanloop naar 1970. 

Op de uitnodigingspartij aan het einde van het kaatsseizoen in 1969 in Marssum komt Van der Meer niet opdagen en moeten zijn beide maten Sjoerd Heeringa en Johan Halbesma het zonder hem stellen. Van der Meer werd geschorst terwijl Rienk de Groot in Marssum werd bijgeloot. Hiemstra was van mening dat dit reglementair onjuist was, maar uit sportief oogpunt misschien wel de juiste beslissing was. Om vervolgens terloops op te merken: ‘En Rienk de Groot wordt ook nog tot koning uitgeroepen’. Vermoedelijk reglementair ook onjuist, maar het typeert ook de nuance van Hiemstra als auteur.

Die schorsing van Van der Meer voor dat wegblijven zonder bericht werd wel op een heel ongelegen moment bekend gemaakt in 1970. Dit tot grote woede van de toenmalige voorzitter Ys Andringa van de kaatsclub uit Sint Annaparochie. Een week voor de dat jaar erg vroege Bondspartij op 18 mei in Franeker kreeg Van der Meer het bericht dat hij vijf wedstrijden geschorst was. Hoite Spijkstra zou zijn vervanger worden en Sint Annaparochie wist opnieuw de Bond te winnen. 

Maar qua glorie en sportiviteit was deze winst toch minder glansrijk dan die van 1969. Journalist Germ Beintema van de Leeuwarder Courant wijdde er zelfs een eigen mening aan onder het kopje ‘Niet sportief’. Daarin schrijft hij: ‘En boze tongen wilden beweren, dat dit opzettelijk voor vijf wedstrijden was geweest, om de Bildtkers te treffen.’   En daar bleef het niet bij tijdens de finale van Sint Anna tegen Leeuwarden. De mensen op de perktribune gedroegen zich uiterst onsportief in het voordeel van Sint Anna en dat ging ten koste van Leeuwarden. Zodanig zelfs dat voorzitter Ys Andringa uit protest de tribune verliet.

Wat dat betreft verliep het debuut van Hiemstra in 1964 wat rustiger. Wel won hij direct een vierde prijs op de PC. Hiemstra vormde met Germ Gjaltema uit Peins in het voorperk en Oebele Anema uit Weidum als opslager een partuur. Pas in de halve finale werd verloren van de latere winnaars Rienk de Groot, Sjoerd Heeringa en Johan Halbesma. 

Merkwaardig genoeg duurde het tien jaar voordat Hiemstra opnieuw als een prijswinnaar voor de koepeltent mocht verschijnen. Hiemstra kaatste met Johannes Westra en Rienk de Groot en dit partuur zorgde in 1974 in de eerste omloop voor de sensatie van de dag. Want het toenmalige koningspartuur Gerrit Okkinga, Klaas van Wieren en Dirk Talsma werd met 5-3 verslagen. In de halve finale werd echter met dezelfde cijfers verloren van de latere winnaars Jarich van der Veen, Gerrit de Jong en Flip Soolsma.

Dat twee voormalige ‘Seedyksters’ in 1979 nog eens samen de klassieker in Bolsward zouden winnen was toch wel bijzonder. In dat jaar won Hiemstra samen met Johannes Brandsma en opslager Johannes van der Meij de eerste prijs. Een jaar eerder had Hiemstra ook al in Bolsward gewonnen met Bote van Noord en Bert Rinia.

Die jaartallen geven ook aan dat Hiemstra een kaatser was die niet alleen laat bloeide maar ook lang bloeide. Dat Hiemstra vorig jaar zijn voormalige maat Gerard van der Meer herdacht gaf al aan dat het herdenken van overleden kaatsers een grote kwaliteit van Hiemstra werd. Jarenlang verzorgde hij als vrijwilliger de biografieën op de website van de PC. Ook was hij vrijwilliger bij het Keatsmuseum. Nauwkeurig, precies, ‘Je koenen him net gau op in flater betraapje’, zo zei iemand van het Keatsmuseum.

En dan op 29 juni een laatste knieval voor de eindigheid van het leven want als er iemand was die wist dat die eindigheid soms wreed kan zijn, dan was het wel Willem Hiemstra. De samenvatting leafde - lok – fertriet verwijst naar de verschillende levensfases in een mensenleven. Als de ‘leafde’ overgaat in ‘it lok’ van een eigen kind, dat veel te jong overleed, dan is ‘it fertriet’ als de pijn van een permanent ‘ferslein skouder’. Geen kaatswant met nap kan dat wegnemen. De ‘lêste bal is slein’ in het leven van Willem Hiemstra. Met dienstbaarheid en bescheidenheid als de ‘grutte keatsen’ in het leven van een aimabel mens.