Overslaan en naar de inhoud gaan

Rein Albert Ferwerda 1945-2026

Rein Albert Ferwerda 1945-2026

Tekst: Rynk Bosma

Foto: Kaatsmuseum

De keuze tussen Bach en ‘boppe’ was voor de op 4 december 1945 in Sint Annaparochie geboren Rein Albert Ferwerda niet zo moeilijk. Een leven gewijd aan kerkorgelmuziek waarin componist Johann Sebastiaan Bach de herinneringen aan CFK, KNKB of zelfs Hotze Schuil moeiteloos naar het tweede plan verdreef. Op 7 juli 2026 kwam er een einde aan het leven van Rein Albert Ferwerda. Een grootheid in de muziek met een eigen Rein Ferwerda Academie. Maar ook een kaatser die de Bond wist te winnen voor zowel het CFK als de KNKB.

Toeval of niet, onlangs verschenen er beelden van het Friesch Film Archief op Facebook met beelden van Ferwerda als kaatser onder de onjuiste kop ‘PC 1978’. Beelden van Ferwerda in het voorperk in de clubkleuren zwart en wit van KV Drachten toen hij samen met Johan van Seijst en Flip Soolsma in de finale in 1975 tegen Marsum de Bond wist te winnen in Franeker. Tegenstander was KF Foarút uit Marsum met Lammert Breuker, Wiep en Robert van Wieren.

Ferwerda had toen als dertiger al een heel leven achter de rug als kaatser bij het CFK. Hij groeide op in een gezin van ‘mannenbroeders’ met een Gereformeerde geloofsovertuiging. Het ‘fermidden’ van de Anti Revolutionaire Partij (ARP) en Ferwerda wist al vroeg als kind waar zijn toekomst lag. De keus tussen Bach en ‘boppe’ zou je kunnen variëren met een keus tussen kerkorgelmuziek of kaatsen. 

In herinneringen aan Rein Ferwerda enkele jaren geleden werd gesteld dat hij als enige de Bond wist te winnen voor zowel CFK als KNKB. Die stelling behoeft enige nuancering want het is niet waar. Ferwerda won in 1972 voor de afdeling Leeuwarden de Bond in Tzum met Piet Westra en Nanne Osinga en zou dit dus drie jaar later herhalen in Franeker voor de KNKB. Vermoedelijk met minder ‘noflike’ maten dan in 1972. Maar Wieb Dijkstra uit Nes won eveneens de Bond voor de CFK en de KNKB en later deed Chris Wassenaar dat ook.

Ferwerda groeide in Sint Annaparochie op met een toen bijna spreekwoordelijke stimulerende onderwijzer. In het geval van Ferwerda was dat hoofdonderwijzer meester Sybesma. Binnen het gezin Ferwerda had broer Leendert Ferwerda het goede voorbeeld gegeven door in 1956 samen met Piet Bijlsma en Gerard van der Meer de Schooljongensbond in Franeker te winnen. 

In de jaren daarna, 1957 en 1958, mocht Rein Ferwerda het proberen met Van der Meer en Dirk Buurstra. Een ‘slutend partoer’ zo herinnerde Rein Ferwerda zich later, maar het kampioenschap werd niet gehaald. Ter gelegenheid van een jubileum van kaatsvereniging Drie Spul Is Ut in Sint Annaparochie mocht de vereniging de bondspartij organiseren. Samen met Leendert en Dirk Buurstra werd de finale gehaald. Het was net het eerste jaar dat Leendert en Rein Ferwerda bij de senioren mochten meedoen. Achlum was in die eindstrijd net te sterk en won met 5-4 en 6-6.

Toch zou succes op de Jongensbond niet uitblijven. Na een premie in 1959 wisten Gerard van der Meer, Leendert en Rein Ferwerda in 1960 de CFK-klassieker Jongensbond wel te winnen. Een jaar later won Rein Ferwerda die nog een keer en qua puntenaantal was hij de meest succesvolle kaatser in dat klassement met tien punten.

Achterinse Ferwerda zou later de nodige successen boeken binnen de CFK. Zo wist hij in 1969 en 1972 het toen nog bestaande jaarklassement van het Friesch Dagblad te winnen. Ferwerda was in de loop van de jaren zestig inmiddels verhuisd. Eerst naar Kollum, later naar Augustinusga en weer later Drachten, maar hij bleef de CFK trouw tot aan het jaar 1972. In die jaren 1963-1972 behaalde hij een totaal van 107 punten waarvan 21 eerste prijzen. Vier keer werd hij tot koning uitgeroepen. Onder andere op de fameuze Van Harenspartij in zijn eigen voormalige woonplaats Sint Annaparochie in 1972.

Als winnaar van het puntenklassement in 1972 stapte Rein Ferwerda over naar de KNKB. Hij was net als Yme Braaksma uit Niawier benieuwd of hij zich kon meten met de top van de KNKB. Bovendien lokte een deelname aan de PC. Dat het niveau bij de KNKB hoger lag, was duidelijk. Ferwerda verklaarde later: training, begeleiding en twee keer in een weekeinde kaatsen waren volgens hem de redenen dat het niveau veel hoger lag. 

Toch zette Ferwerda de stap en in 1973 debuteerde hij op de PC met als maten Yme Braaksma en Wilco Kolthof. Ook Braaksma had als kaatser van de CFK die overstap toen gemaakt. Een succes werd dat debuut niet. Maar zij troffen het ook niet met de loting. In de eerste omloop tegen de winnaars van een jaar later Jarich van der Veen, Gerrit de Jong en Flip Soolsma die hun slechts een eerst gunde.

Onvergetelijk bleef voor Ferwerda de huldiging in Drachten na de verrassende winst op de Bond in 1975. Een rondrit in een sjees, een huldiging in De Lawei en als cadeau kregen de kaatsers een hoogtezon aangeboden. Dat alles moest langzaam maar zeker wijken voor de grote liefde van Ferwerda en dat was de muziek. Zijn oudste zoon kreeg de namen Tjibbe Leendert Johann mee en die Johann verwees naar Johann Sebastiaan Bach.

Merkwaardig was dat Ferwerda in het partuur van Drachten met Van Seijst en Soolsma zijn beide maten maatschappelijk al lang overvleugeld had. Maar dat telde niet binnen de hiërarchie van het kaatsen van toen. De vermoedelijk ‘guodlike’ Ferwerda mocht als latere directeur van het Conservatorium in Groningen als een boodschappenjongen de ijsco’s ophalen voor de beide vedettes. Dit alles leverde trouwens nog wel een finaleplek op de Bond van 1976 op. Tevens het laatste jaar dat Ferwerda actief was als kaatser.

Bij de KNKB behaalde Ferwerda in totaal 15 punten. In dat jaar was er even sprake van dat Ferwerda zou stellen met Johannes Brandsma die ook uit de CFK afkomstig was. Maar Johannes zei toen ‘Rein ik kan betere maten krijgen’. Dus dat ging niet door, zo vertelde Ferwerda later. 

Het leverde echter wel een prachtige anekdote op in de vorm van een dialoog van een groepje kaatsers op Zwarte Haan: Zegt de een: ‘Heb je het al gehoord? Johannes stelt met Rein Ferwerda.’ De ander reageert met ‘Nee wel juh?’ De ander: ‘Ja zeker, voor een half seizoen van oktober tot april.’

Een leven in dienst van de muziek en alles wat daarbij hoorde slokte alle tijd op van het grote muzikale talent Ferwerda. In 2005 richtte hij zelfs nog de Ferwerda Academie op want Ferwerda was en bleef niet alleen een gelovig mens, maar ook een sociaal bewogen mens die in maatschappelijk opzicht iedereen de kans wilde geven om kennis te maken met de muziek. In een tijd dat de overheidssteun het liet afweten.

Voor Ferwerda was muziek als een soort evangelie. ‘Een leven zonder muziek is….’ - na een kleine aarzeling, hij moest even nadenken - ‘…als een leven zonder liefde’, zo zei hij enkele jaren geleden. En aan dat leven is nu een einde gekomen: ‘De dei is dien’.