Overslaan en naar de inhoud gaan

KNKB kijkt na een moeilijk jaar vooral vooruit

KNKB kijkt na een moeilijk jaar vooral vooruit

De achteruitkijkspiegel wordt steeds kleiner

Eindredactie: Rynk Bosma

Een roerig financieel jaar verdwijnt niet door er niet meer over te praten. Maar wie alleen achteromkijkt, ziet niet wat er voor de kaatssport wordt opgebouwd. KNKB-voorzitter Coos Veltman en Jan van Erve, al jarenlang bestuurlijk betrokken en tijdelijk interim-directeur, erkennen dat de bond dichter op de bal had moeten zitten. Tegelijk wijzen ze op nieuwe scheidsrechters, regiocoaches, de Kaatsacademie, digitale vernieuwing en samenwerking die de sport sterker moeten maken.

Geen goednieuwsshow

Het woord valt al vroeg in het gesprek: klappen. De KNKB mag af en toe best wat meer voor zichzelf klappen, vindt Veltman. Niet om kritiek weg te drukken, maar omdat veel werk van de bond buiten beeld blijft. Dat stilzwijgen heeft een keerzijde: als de KNKB haar eigen verhaal niet vertelt, vullen anderen de lege plekken in.

Veltman trekt meteen een grens. “Wy dogge fan alles en dêr fertelle wy te min oer. Mar it moat ek net in ferhaal wurde fan in goednieuwsshow, of fan de slachter dy’t eigen fleis keurt.”  Vrij vertaald: de bond mag benoemen wat goed gaat, maar moet niet doen alsof alles goed gaat.

Dat is ook niet zo. Het financiële resultaat over 2025 was slecht. De afwikkeling van het vertrek van de voormalige directeur drukte op de cijfers, kosten liepen op, investeringen werden naar voren gehaald en een deel van de publieke subsidies werd gemist. Van Erve draait daar niet omheen. “Misschien hebben we te veel vertrouwen gehad en zijn we als bestuur te veel op afstand gebleven. We hadden dichter op de bal moeten zitten.”

Van uitleg naar ander gedrag

Die erkenning is belangrijker dan een verdediging met losse bedragen. De echte vraag is wat er daarna verandert. Volgens Veltman en Van Erve worden de financiën nu maandelijks scherper gevolgd, zijn uitgaven teruggebracht en wordt actiever gezocht naar subsidies en andere inkomsten. De verenigingen kregen geen extra rekening voor het tekort; buiten de gebruikelijke indexatie bleef de afdracht gelijk. De begroting voor 2026 is erop gericht een belangrijk deel van de schade te herstellen. 

Veltman wil daarbij wel onderscheid maken tussen tegenvallers en investeringen die eerder dan gepland zijn gedaan. “Wy ha ynvestearringen nei foaren helle, mar dat net allinnich: der is in nije website kaam dy’t wat djoerder útfallen is.” Dat maakt het verlies niet minder serieus, maar een deel van de uitgaven is wel zichtbaar teruggekomen in live uitslagen, een nieuwe website en een modernere uitstraling van de sport. 

Veltman benadrukt dat het bestuur zich momenteel volop bezighoudt met de toekomst van de bond. “It bestjoer is op dit stuit drok dwaande om te ûndersykjen hokker koers en ynfolling it bêste by de takomst fan de KNKB past. Oant dy tiid bliuwt Jan twa dagen yn 'e wike oan as interim-direkteur om de kontinuïteit fan it bûnsburo te ‘waarborgen’ en de rinnende ûntwikkelingen te begelieden. ”

Niet alleen bezuinigen, maar ook bouwen aan de toekomst

Maar zuinigheid heeft ook een grens. Het bondsbureau werkt met een kleinere bezetting dan een jaar eerder. Dat dwingt tot keuzes en maakt de organisatie kwetsbaar. Als één medewerker uitvalt of een opleiding wil volgen, is er weinig ruimte om dat op te vangen. Van Erve noemt dat een van de vraagstukken die niet met goede wil alleen zijn op te lossen. Een toekomstbestendige bond heeft niet alleen enthousiaste mensen nodig, maar ook voldoende capaciteit, duidelijke verantwoordelijkheden en ruimte om medewerkers te laten groeien.

Daarmee gaat de discussie over meer dan een functietitel. Moet er opnieuw een directeur komen, of past een operationeel manager of meewerkend voorman beter bij een kleine sportbond? Het antwoord ligt nog niet vast. “Zorgvuldigheid is nu belangrijker dan snelheid’’, zegt Van Erve. Het gaat om een structuur die niet voor één seizoen werkt, maar de uitvoering voor de komende tien of twintig jaar goed borgt.

Vernieuwing die je op het veld merkt

Wie alleen naar de jaarrekening kijkt, mist ondertussen wat er in de sport verandert. De nieuwe website met live uitslagen is het zichtbaarste voorbeeld. Dat vernieuwen gebeurt naast het gewone werk, waaronder de organisatie van de Dutch Open, de Keatswike en Slotpartij. Daarachter zit een breder innovatietraject rond wedstrijden, competitie, media, materiaal, organisatie en opleiding. Veltman spreekt over zes knoppen waaraan tegelijk wordt gedraaid. Niet ieder idee slaagt meteen en niet iedere verandering kan snel worden ingevoerd, maar de richting is duidelijk: de kaatssport moet toegankelijker, meer van deze tijd worden voor spelers, verenigingen, federaties, vrijwilligers en publiek.

De Kaatsacademie speelt daarin een centrale rol. Via de samenwerking met Sport Friesland komt kennis binnen die de bond niet volledig zelf in huis heeft. Regiocoaches helpen kleinere verenigingen met trainingen, jeugdbeleid en de verbinding met clubs in de omgeving. Juist voor dorpen waar wel een kaatsveld ligt en wedstrijden worden gehouden, maar waar te weinig trainers of bestuurlijke slagkracht zijn, kan die ondersteuning het verschil maken.

Ook de manier van opleiden verandert. Een nieuwe generatie wil niet per se meerdere avonden in een leslokaal zitten. Online modules, leren in eigen tijd en begeleiding in de praktijk passen beter bij het leven van jonge trainers en scheidsrechters. Dat klinkt misschien als een detail, maar het raakt de kern: wie vrijwilligers wil vinden en behouden, moet aansluiten bij de tijd die zij hebben en de manier waarop zij willen leren.

Een tastbaar voorbeeld van die vernieuwing is de innovatiegroep Materiaal. Samen met Cornelis Terpstra en sinds kort ook met NHL Stenden werkt de groep aan de ontwikkeling van een nieuwe kaatshandschoen voor zowel de breedtesport als wedstrijdkaatsers op prestatieniveau. De invoering gebeurt bewust stap voor stap. De ambitie is om eind 2026 voor enkele categorieën groen licht te geven. Op basis van de ervaringen wordt vervolgens beoordeeld of een bredere invoering verantwoord is. Innovatie moet zich uiteindelijk op het veld bewijzen.

Een mooi voorbeeld hiervan kwam niet van de kaatsbond zelf maar van Simon Minnesma en Jan Willem van Beem. Ze legden een plan voor om nieuwe scheidsrechters te werven. “Simon Minnesma en Jan Willem van Beem komme nei ús ta mei ideeën om mear skiedsrjochters te krijen. Wy pakke it op tegearre mei dy mannen’’, zegt Veltman. 

De KNKB schoof het plan niet in een bureaula, maar werkte het samen met de initiatiefnemers en de werkgroep scheidsrechters uit. Inmiddels lopen nieuwe kandidaten mee en doen zij ervaring op. Voor Veltman is juist dat de gewenste beweging: niet alles hoeft door de bond te worden bedacht. Als mensen met een goed idee komen, moet de KNKB het gesprek aangaan en helpen het mogelijk te maken.

De bond zijn we samen

In het gesprek keren Veltman en Van Erve zich tegen het gemak waarmee “de bond” als aparte partij wordt neergezet. De KNKB bestaat uit een klein bureau, vrijwillige bestuurders, commissies, verenigingen en al die mensen die wedstrijden, trainingen en jeugdactiviteiten mogelijk maken. “Wy binne mei-inoar de bûn’’, zegt Veltman.

Dat mag geen excuus worden om verantwoordelijkheid af te schuiven. De KNKB moet besluiten helder uitleggen en niet alleen zenden, maar ook controleren of de boodschap is begrepen. Tegelijk werkt een nieuw middel of een nieuw reglement pas wanneer iemand binnen een vereniging zich er eigenaar van voelt en er volledig achter staat. Vernieuwing strandt vaak niet op het besluit, maar op de uitvoering.

Daar ligt ook een opdracht voor de toon in de kaatswereld. Kritiek hoort bij een betrokken sport en moet stevig kunnen zijn. Persoonlijke aanvallen helpen echter niemand en maken het moeilijker om nieuwe bestuurders en vrijwilligers te vinden. Veltman en Van Erve pleiten daarom niet voor minder debat, maar voor beter debat: eerst bellen, vragen stellen, luisteren en daarna pas oordelen. “Wy fine allegear wol wat fan inoar’’,  zegt Veltman. “Mar gean it petear mei-inoar oan. Allinnich wat roppe feroaret neat.’’

Traditie behouden door te durven bewegen

De betrokkenheid van de kaatswereld is tegelijk haar grootste kracht en haar lastigste eigenschap. Veel wedstrijden zijn verweven met dorpsfeesten, vaste weekenden en generaties van gewoonten. Een wedstrijdagenda verander je daarom niet zoals je een afspraak in een agenda verschuift. Toch kan de bond de maatschappelijke veranderingen niet negeren.

Bij de jeugd ziet de KNKB een groei, maar de overgang van ongeveer veertien naar achttien jaar blijft kwetsbaar. Jongeren krijgen andere interesses, gaan studeren of werken en willen minder verplichtingen en niet de hele dag op het kaatsveld staan. Ook het vrouwenkaatsen staat onder druk. Dat vraagt niet om een oplossing van bovenaf, maar om goed luisteren naar de kaatsers zelf. Welke wedstrijdvorm past? Hoelang mag een wedstrijddag duren? Wat maakt deelname aantrekkelijk? En welke tradities zijn wezenlijk, en welke kunnen worden aangepast zonder het karakter van het kaatsen kwijt te raken?

Een enquête en een innovatiegroep moeten daarvoor bouwstenen leveren. Veltman wil voorstellen eerst breed bespreken voordat er besluiten vallen. Draagvlak is volgens hem niet alleen nodig om een plan door een vergadering te krijgen, maar vooral om het daarna ook echt uit te voeren.

Hetzelfde geldt voor jeugdinitiatieven. Soms loopt de animo voor een bestaande partij terug en is vasthouden aan de oude vorm juist het grootste risico. Veltman wijst op Mantgum: “Nim no de Lytse PC fan Mantgum, dat rûn net mear. Dat is no feroare yn in lytse PC foar de skoaljeugd.”  Via het Jeugdfonds kon een teruglopende activiteit zo opnieuw worden ingericht voor een jongere doelgroep. Dat is geen breuk met de traditie, maar een poging om haar levend te houden.

Morgen begint vandaag

De KNKB heeft dus te maken met de nodige problemen. De financiële ruimte is beperkt, het bondsbureau is kwetsbaar, het vrouwenkaatsen vraagt aandacht en de aansluiting van tieners blijft een uitdaging. Ook de bestuurlijke structuur moet scherper. Dat zijn geen voetnoten, maar voorwaarden voor de toekomst.

Tegelijk is er beweging: live uitslagen, een modernere uitstraling, een hernieuwde Kaatsacademie, regiocoaches, nieuwe scheidsrechters, samenwerking met Sport Friesland, het werk van de innovatiegroep Materiaal/handschoen met NHL Stenden en een bredere discussie over wedstrijden en organisatie. Het belangrijkste is misschien wel dat de bond minder alleen wil bedenken en meer wil verbinden. Van Erve vat het samen met een beeld dat goed past bij een sport die onderweg is. “We hebben invloed op vandaag. Niet meer op gisteren. Maar we moeten wel met morgen bezig zijn.”

De achteruitkijkspiegel blijft nodig, maar alles daarin wordt kleiner naarmate je vooruitgaat. Veltman: “No moatte wy wer mei folle krêft foarút. Wy binne mei de moaiste sport dwaande en wolle derfoar soargje dat der in takomst is.’’ De blik op de weg dus, en samen verder.

“We hebben invloed op vandaag. Niet meer op gisteren. Maar we moeten wel met morgen bezig zijn.”

Jan van Erve

interim directeur

− KNKB −