Dirk Talsma 1944-2026
Tekst: Rynk Bosma
Foto: Kaatsmuseum
Dirk Talsma uit Weidum was als achterinse in de tweede helft van de vorige eeuw een begrip in het achterperk. Hij mocht zich drievoudig winnaar van de PC noemen in de jaren 1966, 1970 en 1976 en kaatste van 1962-1980. Hij behaalde 639 punten en was winnaar van de Jong Nederland, de Bond en de PC. Op 3 september 2026 overleed Talsma.
Aan het einde van de jaren vijftig en begin jaren zestig kon Weidum trots zijn op zijn kaatsverleden met Jan de Groot die in1941 koning van de PC werd. Broer Sietze de Groot vergaarde roem door in 1942 de achtste Elfstedentocht te winnen en won ook nog met broer Jan en Folkert Hiddinga de Bond voor Weidum. Hiddinga won de PC in 1938 en AEbe Haima won de klassieker in 1946 en 1947. Haima was de huisarts in Weidum en hij zou van onschatbare waarde zijn voor de toen nog erg jonge Dirk Talsma die op 2 augustus 1944 werd geboren.
Mentor, inspirator en leermeester, zo zou je de rol van Haima kunnen omschrijven in het kaatsleven van Talsma begin jaren zestig. Haima bleef in Talsma geloven en gunde hem zijn succes. Want in Weidum was men aanvankelijk niet overtuigd van de kwaliteiten van Talsma. Hij zou ‘te koart’ zijn in het achterperk. Ook de Freule gaf geen aanleiding tot grote verwachtingen. Talsma kwam niet verder dan een zevende prijs. Maar de Freule is geen graadmeter, toen niet en nu ook nog niet. ‘It moat in bytsje yn dy sitte, moast sels as skoaljonge der altiten achteroan sitte om fuort te keatsen’, zo vertelde Talsma later.
Hij had het geluk een Haima op zijn weg te vinden, maar, zo zei hij later: ‘It moat wol yn je sitte.’ En dat kwam er in 1962 uit toen Weidum de Bond won met Pier Koopmans, Haima en Talsma. Een verrassing want de Leeuwarder Courant schreef: ‘Het onmogelijke is mogelijk gemaakt.’ Een jaar later voegde Talsma daar de Jong Nederland aan toe met Andries de Jong en Oebele Anema.
Ook in andere opzichten had Talsma het tij mee doordat er weinig jeugdige achterinsen waren. De oude garde met een Arp Hiemstra, Rinnie Kuiper of een Wijtse Vlietstra kraakte en haakte deels af of koos voor een lichtere functie. Johan Halbesma, Martinus Santema, Sjoerd Heeringa, Gerrit Langerak, Dirk van der Zee, Tamme Velstra, Johannes Westra, Klaas Kuperus, Robert van Wieren en Piet IJsbrandij waren de nieuwe namen waar rekening mee moest worden gehouden.
Maar niet lang. De naoorlogse generatie van krachtpatsers in het achterperk zou je kunnen samenvatten in de Duitse term ‘Sturm und Drang’. Maar niet iedereen had een adviseur als Haima die van mening was dat bovenslaan functioneel moest zijn. Het liefst op de zes, maar in andere opzichten werd het beschouwd als een nutteloze verspilling van krachten. De erfenis van de doelmatigheid van de oudere generaties die het nog zonder noemenswaardige trainingen moesten stellen.
Haima kreeg gelijk. Martinus Santema, Tamme Velstra, Robert van Wieren, Dick van der Zee, Klaas Kuperus, Piet IJsbrandij, allemaal binnen enkele jaren ‘stikken’. In zekere zin was het een ongewild pleidooi voor de later ingevoerde nap na 1980, ook al hadden Santema en Schuil al halverwege de jaren zestig een soort Belgische want. Sjoerd Heeringa werd voorinse, IJsbrandij werd opslager. Alleen Johannes Westra, Johan Halbesma en Talsma hielden stand in het achterperk terwijl Tamme Velstra het min of meer noodgedwongen volhield tot 1970 omdat er niet voldoende achterinsen waren.
Dat vizier op de bovenlijn gericht ging trouwens ook op voor de voorinsen met Klaas van Wieren en Gerrit de Jong als de belangrijkste en meest talentvolle exponenten. Wat goed is komt snel, en dat betekende dat Talsma na de winst op de Jong Nederland in 1963 niet lang hoefde te wachten op een volgende grote finale. In 1965 leek winst op de PC binnen handbereik. Hij vormde een koningspartuur met Hotze Schuil als opslager en de toenmalige zwager Tamme Velstra in het voorperk. Want Velstra had toen al last van zijn schouder en had veel keus als echte allrounder.
Schuil wist als geen ander dat niemand groter is dan het partuur als trio waarbij de individuele glorie ondergeschikt was aan het winnen van de krans. Maar dat was niet besteed aan de jeugdige overmoed van zijn perk. Op 5-5 en 6-2 wilden beide kaatsers ‘it útslaan’ in plaats van een kaats te slaan. Reden dat het partuur onmiddellijk uit elkaar viel. Een zeer teleurgestelde Schuil na afloop want hij had sinds 1953 geen PC meer gewonnen.
Het evangelie van het krachtwerk in het perk van de jonge generatie kreeg een jaar later in 1966 op de PC de beloning van winst. Talsma vormde in 1966 een perk met Gerrit de Jong en won op basis van dat sterke perk de PC. Rienk de Groot was toen de opslager. De winst werd toen in het qua slagkracht formidabele perk behaald want de tweede opslag van de latere koning De Jong hield niet over.
Die zwakke tweede opslag was ook de reden dat het perk De Jong-Talsma uit elkaar ging. Het drietal vormde in 1966 de top drie van het puntenklassement met De Jong als winnaar. Talsma was dat een jaar eerder in 1965 geworden. Na 1966 verdween Talsma uit die top drie en pas in 1969 veroverde hij weer een derde plek. Het jaar dat hij een partuur vormde met Gerrit Okkinga en Klaas van Wieren. Een koningsformatie.
Een formatie ook met een constant hoog niveau. Okkinga vond een type Dirk Talsma plezierig, net zoals hij ook altijd een zwak had voor Tinus Santema. ,,Se setten my oan it wurk, en dat hie ik it leafst’’, zo zei Okkinga later. Okkinga was gebaat bij het leggen van kaatsen en dat was Talsma wel toevertrouwd.
Want ‘Wat hat Durk wat op ‘e bealch hân’, zoals later werd gezegd had niet alleen met de kwaliteit van de voorperkspelers te maken. Want met een De Jong, een Velstra, een Piet Jetze Faber en een Klaas van Wieren voor je dan weet je dat je veel hebt te doen. Die plek in het achterperk was in die tijd zwaarder door opslag en de kwaliteit van de kaatsballen. Je had soms ‘figen’ zoals werd gezegd die ook nog eens in gewicht verschilden. En je had opslagers die meer de hoge bal hanteerden. Want ‘Klaas docht hjoed net mei’, zo zei Sjouke de Boer nog in 1973 voor aanvang van de PC-finale. Een stelregel die natuurlijk al veel eerder werd toegepast.
Dat alles zet de prestaties van Talsma nog meer in de lak want het waren verzwarende omstandigheden. Veroorzaakt door onder andere Sjouke de Boer: ‘Je moatte fansels achteryn wol njoggentjin meter fierder, ik joech se dan it leafst tsjin de kwea oan’, zo zei De Boer onlangs tegen Walter Miedema. ‘Wy stienen der wat oars yn’, zo antwoordde De Boer voorzichtig op de vraag waarom hij nooit met Talsma in een formatiepartuur heeft gezeten.
In 1973 stond De Boer in de finale van de PC tegenover het partuur van Talsma. Wiep van Wieren en Gerrit van der Heide waren de maten van De Boer. Een PC met een verhaal omdat die finale werd stil gelegd op de stand 2-1 en 6-2 voor het trio Okkinga. Reden was het bezoek van prinses Beatrix en prins Claus. ‘Niets te danken Claus’, zo zei Talsma tegen prins Claus toen de prins hem bedankte voor het vertoonde spel. ‘Sa’t syn mem him dat leard hie.’
Het jaar 1973 was ook het jaar dat de kaatsers van het koningspartuur Gerrit Okkinga tijdelijk hun heil in een ander partuur zochten. Talsma verhuisde naar de formatie van Jarich van der Veen en Gerrit de Jong, Klaas van Wieren formeerde met Flip Soolsma en Hein Zijlstra. Maar op de PC was de formatie weer in ere hersteld.
In 1976 formeerde Talsma met het jeugdige duo Sake Saakstra en Piet Jetze Faber en zij wonnen tot ieders verrassing dat jaar de PC. Het zou tien jaar na zijn eerste PC-triomf de laatste winst zijn voor Talsma. Dat hoogtepunt zou je kunnen weg strepen tegen het dieptepunt voor Talsma twee jaar later op de dag dat hij 35 jaar werd. In de finale tegen het trio De Boer en de beide Van Wierens moest Talsma vanwege een liesblessure zelfs zijn plek afstaan.
Het jaar 1980 zou het laatste jaar zijn dat Talsma kaatste. Daarna was Talsma nog lange tijd voorzitter van de kaatsvereniging Nije Kriich in Weidum en ook was hij nog een poos coach van de Jeu de Peloteploeg.
Veelzeggend was het grootse afscheid dat Talsma kreeg in Weidum met meer dan duizend man publiek, maar ook met veel belangstelling van de media. Onder andere van het toen zo populaire Van gewest tot gewest. Cabaretier Tetman de Vries dichtte bij die gelegenheid: ‘In kening-keatser op en top: in sterke lea, in markante kop.’