Van eenvoudige arbeider tot sportheld
Allereerst moet de vermelde erelijst van Hotze nog aangevuld worden met andere bijzonderheden. In opdracht van de Stichting Ouwe Seunen Partij kreeg Hotze in 2006 op het Zuiderplein in Harlingen als enige kaatser tot nog toe een prachtig standbeeld, gemaakt door Hans Jouta uit Ferwert. Op een steenworp afstand van zijn stamcafé ’t Havenmantsje. Verder werd Hotze als enige kaatser opgenomen in de sportencyclopedie van de twintigste eeuw.
Aan aandacht, eer en glorie geen gebrek bij de Harlinger. Gryt van Duinen maakte voor Omrop Fryslân nog een documentaire over Hotze, Hendrik Elings en Jaap van Dijk schilderden een portret van hem en er kwam een stripboek uit over Hotze.
In Harlingen werd de hoofdklaspartij naar hem vernoemd. Maar wat zegt dit nu allemaal over de kaatser Hotze Schuil? Was hij nu ook de beste van zijn eeuw? Of was hij de kaatser die in maatschappelijk opzicht en publicitair de meest kleurrijke en populaire kaatser van de voorbije eeuw?
Uiteindelijk hebben tijd, plaats en maatschappelijke omstandigheden de doorslag gegeven dat Hotze werd uitgeroepen tot ‘keatser fan de iuw’. Voeg daar nog het persoonlijke levensverhaal van Hotze aan toe. Hotze werd voor velen het symbool van een kaatser die succesvol de weg aflegde van eenvoudige arbeider tot sportheld. Een variant op The American dream die het valse evangelie verkondigt dat je als ‘krantenjongen miljonair’ kunt worden. En bij dit alles werd het hoofdstuk drank Hotze vergeven, een leven lang stamgast van ’t Havenmantsje met alle alcoholische ontsporingen van dien.
Ben ervan overigens zonder bewijs van overtuigd dat Taede Zijlstra als kaatser beter was dan Hotze zoals ook Tjisse Steenstra beter is. Althans als je tijd en maatschappelijke omstandigheden loskoppelt van de kaatser. Taede Zijlstra was veel meer een allrounder want hij kon achterin en desnoods ook in het voorperk. Bovendien was hij als opslager gevarieerder met de ‘bûtsende’ platte bal als extra wapen. Alleen was dat in zijn tijd vaak verboden. Ook Johannes Brandsma was als kaatser vijf jaar lang van 1980-1984 beter en wellicht de beste ooit. Dat de keus op Hotze viel had dus te maken met tijd en plaats.
Toen Hotze in 1945 als kaatser opkwam was dat een tijd die in het teken stond van de wederopbouw na vijf jaar oorlog. Men wilde die oorlogstijd zo gauw mogelijk vergeten en de behoefte aan helden was dan ook groot. Omdat Hotze altijd in die lange zwarte broek kaatste deed hij een beetje denken aan het kaatsen van voor de oorlog. Bovendien stond de kaatser toen veel meer in aanzien en trok een kaatspartij ook veel meer publiek.
Dit ondanks de slechte naam die een kaatser had: drinkebroer en kroegloper. Zelfs begin jaren zestig waren de ouders van dochters vaak niet opgetogen als hun dochter met een kaatser thuiskwam, zoals Robert van Wieren later vertelde. Deels bevestigde Hotze dit beeld vanwege zijn drankgebruik waarover al veel is geschreven. Deels is dit ook een momentopname van de Hotze van na 1960. Want in de periode tussen 1945 en 1960 viel dit wel mee om de eenvoudige reden dat er vaak geen geld was voor alcoholische ‘ontsporingen’. Dit beeld werd herhaaldelijk bevestigd door kaatsers als een Wijtse Vlietstra of een Jan Sijtsma.
Niet onbelangrijk in dit verband is de rol van de media na 1960. Naarmate Hotze ouder werd, nam de min of meer kritiekloze bewondering ook toe. Met als kapstok de PC. De grote jaren van Hotze als kaatser vielen tussen 1945 en 1953 als het om de PC gaat. Alleen in 1949 en 1951 stond hij in die negen jaar niet in de finale van de PC. Het merkwaardige was dat een succesvol vervolg na 1953 lange tijd uitbleef. Zo lang zelfs dat het in de media in de jaren zestig een onderwerp van gesprek werd. En zo stond ‘De Lange’ ongewild na 1960 om die reden in de schijnwerpers. Met als de centrale vraag elk jaar: zal Hotze nog een keer de PC winnen en daarna de vraag: zal Hotze als enige voor de vierde keer koning worden van die PC?