Overslaan en naar de inhoud gaan

Afscheid van de sierlijke stylist Taeke Triemstra

Afscheid van de sierlijke stylist Taeke Triemstra

Tekst: Rynk Bosma

Foto's: Henk Bootsma

Op 4 december 2025 werd de kaatser Taeke Triemstra 43 jaar. Het jaar dat hij met pijn in zijn hart stopt als kaatser, maar ook het jaar dat hij op 26 december als ultieme kroon de Friese Sportoeuvreprijs mocht ontvangen. De eerste kaatser die de grens van 900 punten met 938 punten overstak. De onbetwiste leider in het eeuwige puntenklassement. Maar sinds 2025 ook leider van het PC-puntenklassement met 38 punten. Hier het verhaal van een van de meest sierlijke stylisten die de kaatssport heeft gekend. 

Je zou bijna vergeten dat dit grote kaatstalent op een zeldzame manier werd gecombineerd met sportdiscipline. En dat alles met een onvoorstelbare toewijding. In bepaalde opzichten verlegde Taeke de grenzen in de kaatssport, zoals de jury van de Friese Sportoeuvreprijs dat omschreef in zijn rapport. Dat vermogen van Taeke om eigen grenzen te kunnen verleggen had verschillende factoren als basis. Toewijding, doorzettingsvermogen, trainingsarbeid en talent, allemaal stickers die je op de kaatser Taeke Triemstra kunt plakken. 

Een stylist, gezegend met een ongeëvenaarde uitslagtechniek. En al die kenmerken kwamen samen in de onvoorwaardelijke liefde die Taeke had en heeft voor ‘it spultsje’ kaatsen en de kaatssport. In sportief opzicht zou je hem ook een parelvisser kunnen noemen met betrekking tot het aantal punten. En dat alles in dienst van zijn hoofddoelstelling om eerste te worden in het puntenklassement aller tijden. En die missie slaagde.

Thema ‘beste kaatser ooit’ al jaren zinloze discussie

Het siert Taeke in alle opzichten dat hij zich enigszins ‘ongemakkelijk’ voelt als ‘hait’ Reinder bepaald subjectief zegt dat hij beter is dan De Brand. De legendarische Johannes Brandsma die toevallig in het jaar dat Taeke werd geboren met 98 punten in één seizoen ook een grens overstak. De discussie rondom het thema ‘beste kaatser ooit’ is al jaren een zinloze discussie zonder einde. Een discussie ook zonder perspectief want in bepaalde opzichten nooit eerlijk door andere tijden, andere sportopvattingen, ander materiaal en andere trainingen van kaatsers uit het verleden. 

Die oneerlijkheid komt samen in het begrip tijd: andere tijden met andere wetten, met minder vrije tijd, met meer partijen en ook met andere voorbereidingen. Het is om die reden een zinloze discussie omdat de topkaatsers in andere tijden altijd een periode kenden dat je bijna onaantastbaar was. Vier jaar De Brand tussen 1980-1984 die als eerste erkende dat hij niet beter was als achterinse dan de achterinse Tunno Schurer in zijn beste tijd. Niemand was beter dan Piet Jetze Faber in bijvoorbeeld die toch verloren PC-finale van 1984. Niemand was beter dan toen nog allrounder Wiep van Wieren in het jaar 1976. Om maar even enkele grootheden te noemen en dan laten we een Tjisse Steenstra of een Chris Wassenaar nog maar even buiten beschouwing.

Gedrevenheid en wilskracht vaste reisgenoten van Taeke

Maar dat alles is iets anders dan vaststellen wie nu de beste kaatser aller tijden is of was. Wat dat betreft is het veiliger en misschien ook eerlijker om gewoon aan de hand van puntenaantallen op te tellen wie de meeste punten heeft behaald. Beste vervangen door succesvolste. En dat is Taeke. Om eraan toe te voegen dat bijna niemand er in fysiek opzicht meer voor heeft gedaan dan Taeke en dat had alles te maken met fysieke tegenslag.

Dus waren gedrevenheid en wilskracht de vaste reisgenoten in de kaatscarrière van Taeke. ‘Alles voor het kaatsen’ zo zou je het kunnen samenvatten. En dat duurde van het debuut in 1999 tot aan 2025. Dat kaatsleven van de op 4 december 1982 geboren Taeke zou je kunnen indelen in verschillende fases die door omstandigheden in elkaar overgingen. Hij had wat dat betreft een geheel andere opbouw van zijn kaatsleven dan bijvoorbeeld een Gert-Anne van der Bos of eerder een Piet Jetze Faber.

Taeke begon in het achterperk met een geduchte, maar wel af en toe ‘ritige’ tweede opslag. Een allrounder dus die door zijn dubbelfunctie een partij naar zijn hand kon zetten. Taeke versleet tot zijn eerste PC-winst in 2006 verschillende opslagers en kaatste als debutant in 2000 met opslager René Janse en Henk Vlietstra, de latere ‘huisvriend’ van Reinder Triemstra. Het werd een plek in de halve finale. Om een jaar later een partuur te vormen met twee grootheden van die tijd: Sake Porte en Johan Okkinga. Het werd een verloren finale. 

En daarna opnieuw een jaar met Henk Vlietstra. Een verbintenis die de nodige financiële roddels in omloop bracht. Want de opdracht van Taeke zou luiden: Henk Vlietstra winst op de PC te bezorgen. Verder dan een halve finale in 2003 met een echt dramatische hoofdrol voor Rutmer van der Meer in het laatste eerst op 5-5 en 6-2 kwam het niet.

Een jaar later in 2004 stelde Taeke met Kor Zittema en opslager Jochem Bouma die in 2006 werd verruild voor Johan van der Meulen. Door de vriendschap van de twee ‘heiten’ Reinder Triemstra en de in 2011 overleden Ike van der Meulen een coalitie met het nodige sentiment. De echte victorie voor Taeke op de PC begon in 2006 als winnaar van het puntenklassement met zes koningstitels als bonus. In 2004 stond Taeke voor het eerst in de top tien van dat puntenklassement. 

Het jaar 2006 was samen met opslager Johan van der Meulen en Kor Zittema in zijn laatste jaar als kaatsseizoen dus een succes. Alles zat mee in dat jaar met Zittema als de onbetwiste leider. Koning van de PC in dat jaar en de opvolger van Kor stond ook al klaar. Het megatalent Auke van der Graaf die net als Taeke in 2010 het achterperk verruilde voor het voorperk. Een allrounder met een geweldig kaatsinzicht die in alles de evenknie was van Taeke. Deze samenstelling leverde opnieuw PC-winst op in 2007 in een legendarische finale tegen de latere maat van Taeke: Daniël Iseger. 

Legendarisch, maar ook dramatisch om verschillende redenen. Denk alleen maar aan de laatste opslagbal van Johan van der Meulen op 5-5 en 6-6 met een kaats van een meter. Halverwege het perk leek de bal buiten, reden voor Iseger om die bal ‘falle te litten’. En bedenk dan dat Johan als koning van dat jaar tegen het einde van die finale tegen een ‘hongerklop’ opliep waardoor hij even de opslag overdroeg.

Het verblijf van Auke duurde een jaar, Herman Sprik werd de nieuwe man voorin. Overigens een afscheid van Auke waar Johan met de wijsheid van achteraf altijd spijt van heeft gehad, dat wel. Het boterde niet echt tussen Johan en Auke en Auke wreef die vergissing erin door in 2008 opnieuw de PC te winnen. Met als saillant detail het debuut van Gert-Anne van der Bos als verliezend finalist. 

Het jaar 2009 was in bepaalde opzichten een merkwaardig verhaal. Een sponsor uit Sint-Jacobiparochie maakte zich sterk voor een ‘Sint-Jabiker’ formatiepartuur. Een jaar in het blauw van KV Het Noorden met Rutmer van der Meer, Renze Pieter Hiemstra en Taeke Triemstra. Het avontuur bleef steken in de fase van een droom. Met als bijzonderheid dat dit partuur in de tweede omloop op de PC met 5-0 en 6-0 werd afgevoerd door Gert-Anne van der Bos, Folkert van der Wei en Daniël Iseger. Een topformatie dat jaar want dit drietal bezette eveneens de eerste drie plekken in het jaarklassement.

Het jaar 2010 was dus een keerpunt in het kaatsleven van Taeke. Ook letterlijk want hij verhuisde naar het voorperk en gaf zijn tweede opslag op in de formatie met Gert-Anne van der Bos en Daniël Iseger. Het meest succesvolle formatiepartuur aller tijden met 64 overwinningen. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het behelpen was met betrekking tot andere echt topparturen. Niettemin waren de jaren 2010, 2011, 2012 en 2013 de beste jaren van Taeke als kaatser. Geen enkele reden dus voor Taeke zich te bezinnen over eigen functie binnen het sluitende partuur. Want door het opgeven van die tweede opslag werd Taeke wel meer afhankelijk van zijn maten, zoals de laatste vijf jaar wel bleek.

En dan wordt het 2014, een rampjaar voor Taeke. De ogenschijnlijke paradox van een schouderblessure bij de kaatser met de mooiste uitslagtechniek van allemaal. Maar, zo vertelde hij een keer, ‘It kostet wol kracht hear dat útslaan, it is mear as allinnich technyk’. Een nieuwe term werd in 2014 in de kaatswereld geïntroduceerd: het ‘labrum’, een ring van kraakbeen. De zogenaamde ‘labus-repair’ die Taeke onderging was op dat moment uniek binnen de kaatswereld. 

In principe is het jaar 2014 vooral een jaar van hopen tegen beter weten in, valse hoop koesteren op herstel. Met als dramatisch en persoonlijk dieptepunt de PC in Franeker als Taeke in de halve finale moet afhaken. Hoewel invaller Jacob Wassenaar de show steelt, blijft het beeld hangen van de troost die beide ouders tevergeefs aan Taeke bieden.

Het grote publiek is er niet bij op dat trainingsveldje

Een keerpunt in zijn kaatsleven waar ook nog eens de constatering van de ziekte van Bechterew bijkomt. Een reumatische aandoening aan de gewrichten. De eindeloze weg van onzichtbare hersteltrainingen die een aanslag plegen op de wel aanwezige wilskracht om te werken aan een succesvolle comeback. Je ziet het na die periode terug op het veld, bij het wachten op de volgende omloop. Altijd bezig met eigen fysiek via strek en rekoefeningen. Niets aan het toeval overlaten met een jaloersmakende toegewijdheid.

Want het grote publiek ziet hem afhaken na die schouderblessure, het grote publiek ziet hem bij de rentree een eerste bal over de bovenlijn jagen, even sierlijk als altijd. Alsof hij nooit weg is geweest. Maar dat grote publiek is er niet bij op dat trainingsveldje waar in alle eenzaamheid onder begeleiding stapje voor stapje gewerkt wordt aan het kaartje retour hoofdklas. Herstel en revalideren moet het altijd stellen zonder de schijnwerpers, vraag het Dylan Drent maar.

De comeback van Taeke wordt in 2015 gevierd met de winst van het puntenklassement van dat jaar met natuurlijk de winst op de PC als de kaars op de taart. Ook in 2016 won Taeke het puntenklassement en dat was tevens het laatste jaar van de dan 36-jarige Daniël Iseger bij het partuur. In principe was Iseger de beste PC-kaatser van de drie. Hans Wassenaar heeft later wel openhartig toegegeven dat hij hoopte de opvolger van Iseger te worden maar het werd Tjisse Steenstra.

Die keus voor Steenstra was wel beetje een verrassing te noemen omdat Tjisse al jaren opslager was. Verrassing of niet, succesvol was de combinatie wel. In ruim drie jaar tijd 38 overwinningen – een derde plek in het klassement van koningsparturen na het koningstrio Sake Saakstra, Piet Jetze Faber en Johannes Brandsma - met Tjisse in die tijd als de meest dominante kaatser. Daardoor kreeg Taeke al in 2019 Piet Jetze Faber in het vizier. Op minder dan 100 punten, maar ja, aan de andere kant staat de teller aan het eind van het jaar 2019 wel op 37 jaar.

In zekere zin was Taeke de uitzondering die de grens van ‘te oud’ verlegde. Hotze Schuil zou in het jaar van zijn afscheid 1967 43 jaar worden eind oktober. Als invaller stond Hotze nog in 1972 op de PC. Het jaar dat hij 48 jaar zou worden. Maar wel als invaller. Taede Zijlstra was in 1942 ook 41 jaar – nog koning van de PC op zijn 38ste jaar in 1939 - maar was toen al niet meer echt top door de eerste symptomen van die fatale ziekte drie jaar later. 

Taeke beste kaatser aller tijden van boven de 40 jaar 

Enkele jaren geleden uitte Taeke in Makkum nog eens zijn frustratie met de uitspraak ‘Wêrom soe ik op myn leeftyd net mear keatse meie?’ De veertig voorbij en steeds nadrukkelijker gingen er stemmen op dat het mooi was geweest met de oudste Triemstra op het hoogste niveau. Merkwaardig genoeg vertelde niemand erbij waarom hij zou moeten ophouden. 

Want wat je wel met zekerheid vast kunt stellen is dat Taeke de beste kaatser aller tijden is geweest van boven de 40 jaar. Zijn voorgangers in het eeuwig puntenklassement waren ook allebei de 40 voorbij toen zij stopten. De in 1901 geboren Taede Zijlstra stopte in 1942, maar was toen vanwege zijn gezondheid al lang op zijn retour. Taede overleed al in 1946, maar was toen wel leider van het eeuwig puntenklassement. 

De in oktober 1924 geboren Hotze Schuil volgde Taede op als leider van het klassement en de legendarische Harlinger stopte in 1967. Maar ‘op papier’ hield hij in 1972 op doordat hij telkens werd gevraagd als invaller. Dus wat lengte betreft is dat jaartal geen norm want dan zou je ook Jacob Wassenaar kunnen opvoeren op afdelingspartijen. Ondanks de blinde verering van de Franeker kaatsjournalist Cornelis Roersma voor Hotze, wist de veel kundiger kaatsjournalist Sip Oosterhoff wel beter. De leeftijd van Hotze kon bepaalde tekortkomingen niet meer verdoezelen, zo stelde Oosterhoff vast.

Vermoedelijk is Arp Hiemstra de enige kaatser die zich op eerbiedige afstand liet vergelijken met Taeke. In 1963 kaatste de 42-jarige Hiemstra nog met de jeugdige Robert van Wieren. Arp voetbalde onder andere tot het einde van het seizoen 1961 bij Heerenveen en eerder bij SC Leeuwarden, sinds 1964 SC Cambuur. Die sportieve achtergrond maakte Arp fitter dan vele generatiegenoten voor en na hem. Dat laat onverlet dat het qua voeding, training en materiaal niet helemaal eerlijk is natuurlijk die tijd met nu te vergelijken. 

In het voorbije jaar 2025 behoorde Taeke nog altijd tot de top drie van de voorperkspelers. Sterker nog, indien er een klassement van aantal bovenslagen zou zijn dan zou Taeke bij de top twee staan. Bij de enige formatiewinst van 2025 in Tzum stond hij een deel van de vier partijen in het achterperk, al naar gelang wie opsloeg zoals hij dat af en toe ook op de PC deed. In Tzum was Taeke in goed voor 21 bovenslagen. Niemand van de andere perkspelers kwam maar in de buurt. Met als echte parel van uitslagtechniek die ene bal in het hoekje van het perk op hooguit 30 centimeter hoogte die met een technische ‘aai’ over de bovenlijn verdween. 

Op de PC waren dat er in totaal 22 bovenslagen waarvan er acht in de halve finale en vier in de finale. Met de kanttekening dat Taeke toen ook geregeld achterin stond. Onaantastbare cijfers van Klaas Postma. Dus ook hier geregeld vanuit het achterperk. Alleen de twintig jaar jongere, latere winnaar Hessel Postma kwam met een achttal bovenslagen in de laatste twee partijen in de buurt. 

Natuurlijk, af en toe zag je bij spelsituaties op de boven wel dat Taeke geen jongeling van 20 jaar meer is. Maar dat zijn details die de meeste kaatsliefhebbers niet of nauwelijks opmerken, ook al omdat er vaak geen bloed uit voortvloeide. Met andere woorden: de partij werd niet verloren op de bovenlijn door toedoen van een ‘trager’ ogende Taeke.

De meeste opslagers zochten de laatste jaren hun heil in het achterperk of probeerden winst te halen met een tusseninse en juist dat laatste was vaak koren op de molen van de nap van Taeke. Want ‘rikke’ naar een bal betekende vaak dat de bal over de boven vloog, zeker met een zes aan de telegraaf. Want een tusseninse moest wel erg accuraat zijn om zijn werk te doen. Een stapje naar achteren, 1.98 meter lang en dan ook nog ‘rikke’ betekende in de praktijk vaak een van de talrijke bovenslagen.

Leren leven met een leven zonder een kaatspartij

De enige die in 2025 af en toe echt grip had op Taeke was opslager Marten Bergsma met bijna ‘ondergrondse’ ballen net over de voorlijn zoals tijdens de PC-finale. Want ballen beneden de enkel zoals Menno van Zwieten dat in 2024 kon of zoals Tjisse die ook op het repertoire heeft waren geregeld het recept voor een zitbal op Taeke of een afgedwongen kwaadbal. 

Allemaal constateringen die twijfel zaaiden over het moment van stoppen bij Taeke. Want als kaatsen je grote liefde is en je weet dat je nog met de besten in het perk meekunt, dan valt het afscheid extra zwaar. In zijn laatste interview zet hij de deur voorzichtig op een kier indien een absoluut toppartuur voor hulp zou aankloppen. Maar de voornaamste opdracht is nu toch: leren leven met een leven zonder een kaatspartij.