contact zoeken wedstrijden

Pieter van Tuinen: ‘It is hurd wurkjen om te winnen’

Tekst: Rynk Bosma
Foto's: Rynk Bosma, Jan Tromp en Keatsmuseum

Dat opslager Pieter van Tuinen slecht tegen zijn verlies kon, werd bij zijn afscheid als kaatser in 2003 al breed uitgemeten. In negen jaar tijd sloeg de op 10 oktober 1976 in Hallum geboren Van Tuinen 369 punten bij elkaar. Alle grote partijen hangen in zijn fictieve medaillekast, behalve dan die Freulepartij van 1993. Kijken in de spiegel van toen leidt tot de wijsheid dat ‘It hurd wurkjen is om te winnen’.

PvanTuinen2

Een wijsheid die van alle tijden is als het om sport gaat, ongeacht welke sport. Een sportwet die Pieter leerde van heit Piet zoals hij wordt genoemd die een poos lang ook zijn trainer was. In erfelijk opzicht heeft senior zijn zoon nooit af kunnen helpen van de eigenschap van ‘slechte verliezer’. Dat is ook geen wonder als je bedenkt dat Piet senior deze karaktertrek erfelijk doorgaf want zelfs nu nog tijdens een gezellig partijtje klaverjassen komt het af en toe nog boven borrelen. Het raakt vaak heel even de dunne lijn tussen het ongenoegen van verliezen en de relativering van ‘it is mar in spultsje’. ,,Us heit kin der wat better mei omgean.’’

Dat opslager Pieter van Tuinen slecht tegen zijn verlies kon, werd bij zijn afscheid als kaatser in 2003 al breed uitgemeten. In negen jaar tijd sloeg de op 10 oktober 1976 in Hallum geboren Van Tuinen 369 punten bij elkaar. Alle grote partijen hangen in zijn fictieve medaillekast, behalve dan die Freulepartij van 1993. Kijken in de spiegel van toen leidt tot de wijsheid dat ‘It hurd wurkjen is om te winnen’.

‘Wie net in held yn opofferjen hear’


Pieter moest in oktober 2003 nog 27 jaar worden toen hij zijn ‘voortijdig’ afscheid al had aangekondigd. ,,Ik ha gjin spyt hân want op dat momint koe ik it net mear opbringe. Ik hie doe it gefoel fan ‘it hat goed west sa’. Mar ik ha it nei dy tiid wol mist. In leven sûnder sport is gewoan gematigder, flakker, minder spannend.’’ Met in de bijlages van het latere leven de conclusie dat hij er veel van heeft geleerd. Bijvoorbeeld relativeren tegen de stroom in van eigen emoties, je opofferen in het belang van een team, leren omgaan met teleurstelling. ,,Want ik wie net sa’n held yn it opofferjen hear. As wy ferlern hienen dan siet Chris (Wassenaar) sa’n tsien minuten foar him út te sjen, en stapte dêrnei ûnder de dûs, dan wie it klear. Dêr ha’k wol fan leard.’’

KM-B202-0176_original

Zeven jaar was Pieter toen hij zijn eerste ballen opsloeg en ook uitsloeg want hij is altijd meer geweest dan alleen maar de man ‘oan ‘e stuit’. De successen op de afdelingspartijen bewijzen dat ook. Een opslager ‘mei gong’ die in de beginjaren nog geregeld de juiste richting miste. Beginnen met een toch frustrerende herinnering aan die Freule van 1993 waar toen zo veel van werd verwacht. De missie voor de kransen strandde vroegtijdig met een vierde prijs. En die kransen behoorden toch tot aan dat moment tot het vaste repertoire van Pieter. Immers in 1989 won hij de Schooljongensbond (NK) en in 1992 ook de Jongensbond (NK). Dus behoorde Hallum in 1993 tot de favorieten op de Freule en zou elke andere prijs dan die eerste een teleurstelling zijn.

KM-MS01-0107_original

‘Wapperende kunststofballen’ zo luidt de verklaring voor ‘slechts’ een vierde plek. Die ballen ondermijnden de kracht van de opslag van Pieter en achteraf zou hij daardoor het klavertje vier missen. Het toch bepaald succesvolle album van de familie Van Tuinen had echter genoeg hoogtepunten om die klassieker in Wommels gauw te vergeten. Bijvoorbeeld een unieke gebeurtenis in Tzum tijdens de Prinsenpartij. Zowel Pieter als zijn jongere, in 1979 geboren broer Wybren mochten huiswaarts keren met de eretitel ‘prins’.
 
,,As ik it op ‘e heupen hie dan hie ik in gefaarlike bal, mar ik wie yn it begin fierstente ritich.’’ Gelukkig had Pieter in 1994 twee maten die hem het nodige konden bijbrengen. Cees Punter reisde nog elk weekend als kaatsnomade vanuit Hilversum richting Friesland en Tsjerk de Groot was als inwoner van Wânswert eveneens een welkome maat. Bovendien kaatste de PC-winnaar van 1985 ook in het afdelingspartuur van Hallum. Een jaar lang in de eerste klas en vaak met de krans thuiskomen. Nostalgisch getinte herinneringen aan die grote partij in Engelum met 80 parturen op de lijst. ,,Keatse op in fjildsje tusken de skieppekeutels. Mar wy wûnen in soad en as it even net woe dan naam Cees it oer. Ik ha dat jier in soad leard fan dy beide mannen. Wy wûnen dat jier ek it measte op de earste klas. Mar Cees en Tsjerk mochten net mear meidwaan op de PC.’’

Of het nu toeval was of een gelukkige en vooral vooruitziende hand van stellen maakt nu niet meer uit. Maar Chris Wassenaar als opkomend fenomeen werd de maat van Pieter. Beide kaatsers aan de stuit nog te ‘ritich’ om te domineren. Met als intermezzo, binnenkomer en voorspel in 1995 de maten André Kuipers en Jan de Vries. Het debuut in Dronryp duurde slechts een omloop. Maar Van Tuinen profileerde zich zoals dat tegenwoordig wordt genoemd toch nog als opslager in dat seizoen. Eerst in Makkum winnen op een door elkaar loten partij en een dag later verrassend de Rengersdag winnen met Kuipers en De Vries. Een verrassing die een opkomend partuur doet uitwaaieren.
 
Kuipers vertrok, Henk Vlietstra en Klaas Anne Terpstra werden de maten maar ook dat duurde niet lang. Terpstra vertrok op zijn beurt ook en toen brak de tijd aan met Chris Wassenaar in het achterperk. Uiteindelijk begon Pieter aan het jaar 1997 met Rinse Bleeker en Wassenaar. ,,Op dy PC foel alles te plak, Chris sloech de lêste bal boppe en de rest ha’k yn in roes beleefd.’’ Wel een roes met een koningsbal. ,,Der komt dan wat los, it docht wat mei je.’’ Zo probeert Pieter die dunne lijn tussen nuchterheid en emotie ietwat vaag te omschrijven.

PvTuin4062000Dronrijp_Fotor

‘Wikseljen docht selsfertrouwen opslagger noait goed’


Met de opmerking dat je als opslager ‘de helte fan de tiid net meidogge’ legt Pieter de vinger op het nadeel van een opslager. Wat dat betreft waren zijn avonturen op de Bond een welkome afwisseling. Achterin, liever voorin want ‘Dat wie wat koarter’ en de eigen krachten met kaatsen leggen wat verdelen over een hele dag. Een succesvolle formule met drie keer winst op de Bond voor Hallum, Leeuwarden en Groningen, en een keer de Jong Nederland voor Hallum.
 
Toen André Kuipers in het voorperk kwam groeide de formatie van Van Tuinen uit tot een koningstrio. In vier jaar tijd veertig keer winnen en misschien kun je zeggen dat die PC een keer te weinig werd gewonnen. Alleen in 2001 werd gewonnen na een verloren finale een jaar eerder. Kuipers was een geweldig talent en Chris groeide langzaam maar zeker uit tot een fenomeen. Maar die sterke tweede opslag had  echter als nadeel dat de druk op de eerste opslager groter wordt.
 
,,Ik hie in ferskriklike hekel oan dat wikseljen en ik fûn it hielendal neat. It docht it selsfertrouwen fan in opslagger noait goed. Sjoch mar nei Van der Bos fan de lêste jierren. Dat is ek in fenomeen oan de opslach, krekt lykas Chris dat wie.’’ Nu was de opdracht van een opslager ook niet gering met perken als Sake Porte en Pieter Tienstra, ,,It perk stil hâlde, dat wie de opdracht, en dy twa koenen in partij beslisse mei boppeslaan.’’

PvanTuinen

‘It keatsen en de takomst fan dy sport giet my oan it hert'


Misschien dat coach en trainer Piet van Tuinen om die reden tot de conclusie kwam dat de meeste punten van het trio Van Tuinen in het perk werden gehaald. Want hij hield alles bij, noteerde het verloop met als motto ‘Wie schrijft wordt beter’ en verwerkte dat in trainingen. Ook de drie jaar dat Piet Jetze Faber als trainer het evangelie van de variatie in de opslag predikte, is Pieter bijgebleven. Want hij was en is een fan van Faber en hij kan zich ook wel voorstellen dat de klassementsleider in punten zich vaak verveelt op de PC.
 
Van Tuinen is momenteel interim teammanager bij FrieslandCampina. Want  sinds 2018 is hij werkzaam als zelfstandige zonder personeel (ZZP’er). En bestuurlijk actief bij LKC. Dus nog altijd betrokken bij het kaatsen.  Zo heeft hij wel zijn eigen ideeën over de toekomst van het kaatsen. ,,It earste wat je dwaan moatte is antwurd jaan op de fraach ‘Wat wolle wy ferbetterje yn it keatsen?’ En dan in doel bepale en betinke hoe komme wy by dat doel. Minsken sykje dy’t dêr oer neitinke wolle en doarre.’’
 
Want ‘It keatsen en de takomst fan dy sport giet my oan it hert’. We zijn terug bij die dunne lijn tussen nuchterheid en emotie, ,,It docht my noch altiten wat en dat hat te krijen mei eigen wêzen.’’
 

Hoofdsponsoren

Businesspartner

Suppliers