contact zoeken wedstrijden

Robert van Wieren 1942 - 2020

Tekst: Rynk Bosma

Zes dagen nadat Robert van Wieren 78 jaar werd, kwam er een einde aan zijn leven. Het eerste en misschien wel meest levenslustige, in ieder geval meest flamboyante blaadje van het zo hechte klavertje vier dwarrelt richting de eeuwigheid. Robert wist zelf dat hij die laatste bal ooit zou krijgen. Zoals in het ooit zo mooi, in een column opgeschreven verhaal over hem nu werkelijkheid werd, hij kreeg die laatste bal met alles aan de hang. Het verhaal van de zwartharige Robert in het achterperk, een stand aan de telegraaf ‘mei de dea yn eagen’ en dan die vinger uitdagend omhoog naar de opslager met de woorden ‘Moatst him hjir mar even bringe’. En dan tegen het publiek achter het perk zachtjes mompelen ‘Hoopje net dat ik him krij’, in het grote geheel tevergeefs natuurlijk.  
 
Voor het kind van zestig jaar geleden in een tijd zonder de magie van filmhelden was het verschijnen van Robert op het veld in Ikkerwâld een openbaring. Prachtige man, ravenzwart haar, veel humor, luidruchtig en met een heroïsche uitslag die altijd op de boven was gericht. De droom van een kind op zoek naar helden en Robert liet de toen populaire filmster Charlton Heston als Ben Hur bij het kind van toen ruimschoots achter zich.
 
 

ActieRobert

De film Easy Rider over motorrijders moest nog gemaakt worden toen Robert al op een motor naar het kaatsen reed. Later kwam daar nog een gevleugelde ‘Amerikaan’ bij, vermoedelijk met zo’n brullende V8 motor die voor autoliefhebbers mooier klinkt dan een nummer van de Beatles. In zekere zin reed Robert op die motor zijn vrijheid tegemoet want het kaatsen als sport was voor hem vrijheid, het was een venster naar de wereld van feesttenten, en kermis, het verslavende applaus, de onderdompeling in eer en glorie.
 
Want de andere kant was dat Robert maar korte tijd kind mocht zijn. Al vroeg moest hij zijn vader helpen in de kapperszaak en die verplichting van zes dagen per week aan het werk heeft een leven lang geduurd. Een grote handicap voor het formeren want de toppers wilden natuurlijk volledige beschikbaarheid. Kaatsjournalist Sip Oosterhoff uit Easterlittens zag al vroeg het grote talent van Robert van Wieren die onder de jongens een flitsende opslag had. Maar Oosterhoff was ook een aanhanger van ‘keatsen mei de kop’, niet onnodig op de boven slaan, het evangelie van de soberheid met als boegbeeld Martinus Santema.
 
Maar de Bourgondisch ingestelde Robert had hier geen boodschap aan. Kaatsen was theater, kaatsen was een podium, een bevrijding van de dagelijkse beslommeringen, een toneel waarop je kon schitteren en na afloop even ‘neisitte’ in de feesttent. De formulering van Wijtse Vlietstra ‘Ik waar un onbetaalde artiest’ sloeg in alle opzichten op Robert van Wieren. Oosterhoff schreef in 1961: ‘Zo er een jaarprijs voor de meeste bovenslagen beschikbaar zou zijn, zou Robert van Wieren ongetwijfeld hoge ogen gooien. Bovenslaan en kaatsen zijn echter twee.’
 
Dat Robert de PC nooit heeft gewonnen kon hij wel vrede mee hebben. De topmaten bleven onbereikbaar, mede door de zaterdagse verplichtingen en al spoedig ‘in stikken skouder’. Dat zijn beide broers Klaas en Wiep hem wel wonnen was voor hem een bevredigende compensatie. Maar dat die winst op de Freule in 1959 hem ontging sloeg diepere wonden. Met voorsprong de beste jongenskaatser van zijn tijd, ‘op en út’. De reden was niet die verloren halve finale tegen het veel zwakker geachte Stiens met onder andere Hiele Beetstra.
 
De reden was de magie van de ‘draaimûne efter de boppe’ in Makkum, zo verklaart Robert het later.  Eindelijk staan het grote talent Simon Maillé en Robert samen in het jongenspartuur van KV Foarút uit Marsum. Simon achterin en voorbest op, Robert voorin en Wieberen Veeman de tweede opslag. ,,It waaide hurd, efter de boppe stie in draaimûne en ik mocht graach op de boppe slaan, in bytsje showe.’’ Een bal op die draaimolen betekende applaus, en ‘makken my gek’. Het werd succes op de korte termijn, ‘Beste speler Robby van Wieren’ volgens de krant was de uiteindelijke verliezer. Ruzie in het dorp, volwassenen bemoeiden zich ermee en Maillé mocht niet mee naar de Freule.
 
Het heeft decennia geduurd voordat Robert het kon opbrengen om weer naar de Freule in Wommels te gaan. Vergeten was het kampioenschap van de KNKB in Marsum aan het einde van 1959 ten koste van het Pingjum van Jan van der Meer en het Leeuwarder LKC met Rienk de Groot.
 
De overwinning op de Bond in 1972 met Lammert Breuker en Wiep van Wieren zou veel goed maken. Eindelijk een hoofdprijs en dan ook nog winnen met je jongste broer. Het werd een strijd ‘mei de dea yn de eagen’ in de vierde omloop tegen het Harlingen van Hotze Schuil, Gerrit van der Heide en Johan Halbesma. Met 5-3 en 6-2 achter en Schuil is meedogenloos met zijn hoge ballen. Robert in het achterperk kraakt en Breuker neemt over. Wiep van Wieren mag het doen met de opmerking van Schuil: ‘Dou must se maar niet hewwe seun’. Met alles aan de hang weet Robert voor de kaats te keren.
 
En opnieuw komt de inmiddels gestopte Schuil om de hoek kijken als hij op de PC het duo Lammert Breuker-Robert van Wieren komt ‘helpen’. In de ochtenduren opgehaald in de ‘Amerikaan’ van Robert wordt de halve finale gehaald. Het publiek stond volgens de krant op de banken voor Schuil die daarmee wel iets te veel publiciteit kreeg. Robert is die dag ‘een geweldige vechtjas’ en Breuker ‘speelt uitstekend’.
 
De naam is al gevallen, Hotze Schuil. Voor Robert een geweldige maat waarmee het na afloop goed toeven was. Beiden namen tussen de omlopen door weleens een alcoholische versnapering, ‘Foar it sicht’ zo werd gezegd, maar in werkelijkheid was het voor de rust, ter bestrijding van de wedstrijdzenuwen.
 
Een gewoonte die de tegenstellingen in de mens en kaatser Robert aan het licht brengen. Aan de ene kant de ietwat verlegen man en aan de andere kant de man van de slingers, de man van de show, de man van het feest, de man van de verleiding, de man van de mateloosheid. Maar ook de man van de rechtvaardigheid.
 
Denk aan Beetgum als Harlingers zich onsportief gedragen en klappen voor buitenslagen van Johan van Seijst tijdens de finale. Hoewel broer Klaas van dit gedrag zou kunnen profiteren, stapt Robert op de Harlingers af. De bedoeling was vreedzaam, maar nadat Robert een klap kreeg zou zelfs een vredesmissie van de VN niet toereikend zijn om de vrede te bewaren. Het werd ‘Bonanza’, genoemd naar een toen populaire cowboy tv-serie met vier broers.

BeetgumRobert


Robert was net als wapenbroeder Hotze Schuil bij uitstek een kaatser die model stond voor een tijd die nu voorbij is. Het publiek droeg hem op handen vanwege het veelvuldig contact dat hij met het publiek maakte. Misschien heeft Robert de blik te vaak gericht op het kortstondige succes van de bal op die ‘draaimûne’ achter de bovenlijn, misschien was hij af en toe te veel op show gericht, misschien had hij meer kunnen winnen door voorrang te geven aan kop in plaats van aan kracht. Dat alles mag waar zijn, maar het is hem vergeven als kaatser en als mens geregeerd door emotie, door passie, door menselijke warmte. De kaatser als mens en de mens als kaatser die je in wezen alles vergeeft, je vergeeft hem dat hij te vaak ‘Dy draaimûne efter de boppeline’ zocht, je vergeeft hem dat hij af en toe wilde ‘showen’ of te mateloos was. Want de kaatssport opende voor hem op zijn manier het venster naar de grote wereld. En nu wens je, ook al is het maar voor even, ‘dat dy draaimûne op de merke fan it libben efkes stil stiet want Robert van Wieren is der net mear om der ballen op te slaan’.
 
  
 
 

Hoofdsponsoren

Businesspartners

Suppliers