contact zoeken wedstrijden

Twee jaar niet kaatsen, het kan nog erger!

Tekst: Rynk Bosma
Massale opkomst publiek 1945

Twee jaar niet kaatsen, het kan altijd nog erger
 
Het kan altijd nog erger, er was in het verleden een wereldoorlog voor nodig om het voor elkaar te krijgen dat er in 1943 en 1944 niet in officieel verband werd gekaatst. Twee jaar zonder een PC, afscheid van een beroemde generatie vooroorlogse kaatsers die bij de gevestigde orde van bestuurders bepaald niet altijd even geliefd was. Een passend afscheid hebben grootheden als Klaas Kuiken, Taede Zijlstra, Willem Bosma en Hans Knol daarom nooit gehad.
 
Met de kennis van nu kun je zeggen dat het drie jaar te weinig was dat er niet gekaatst werd. Toch werd het kaatsen twee jaar lang opgeschort, niet zozeer als protest tegen de bezetter maar meer vanwege ongewenste bemoeienis van die bezetter. Het was aan de Duitsers te danken dat de geldprijzen in het kaatsen werden afgeschaft. Hoewel de kaatsbond al in 1932 die prijzen had beknot tot een maximum van 45 gulden, was deze bemoeienis toch een brug te ver.
 
Bij de hervatting van het kaatsen als wedstrijdsport is deze maatregel met betrekking tot de prijzen nooit herroepen omdat het de kaatsbond maar al te goed uitkwam. Want de bestuurders op het fluweel hebben eigenlijk altijd een hekel gehad aan die zogenaamde ‘breakeatsers’ van voor de oorlog. Pieter Breuker noemt in zijn boek over de Olympische Spelen onder andere het vragen van een vergoeding voor aanvang van een internationale wedstrijd tegen de Belgen als één van de redenen dat er op de Spelen van Amsterdam tweederangs kaatsers meededen. Met uitzondering dan van Ids Jousma.
 
De Engelse opvatting van ‘good sportsmanship’ met de nadruk op eer overheerste ook bij de sportbestuurders die zich doorgaans niet druk hoefden te maken over het dagelijks brood. In de door arbeiders gedomineerde kaatssport was ‘eer’ maar een relatief begrip dat niet ten koste mocht gaan van de inkomsten. Mr. Klaas Bijlsma was in 1942 gijzelaar in St Michielsgestel en Pieter Breuker beschrijft in een ander boek hoe zijn leven er uitzag. Bijlsma vond het trouwens ronduit verheugend dat de ‘oude’ garde in dat jaar 1942 moest plaatsmaken voor de jeugd.
 
Na de Tweede Wereldoorlog was alles anders, en werden de kaatsers soms afgescheept met koperen patroonhulzen met daarin een inscriptie. Riemer Reinalda had er eentje thuis en ook Marten van der Leest was in het bezit van zo’n trofee. Wijtze Vlietstra noemde zich dan ook altijd een onbetaalde circusartiest na de oorlog.
 
Twee jaar geen kaatsen in 1943 en 1944 betekende in 1945 niet alleen een nieuwe start, maar ook afscheid nemen van ongekende kaatsgrootheden die welbeschouwd ‘breakeatsers’ waren. Nu was er in die tijd nog niet een traditie in afscheid nemen zoals die later wel kwam. Maar Klaas Kuiken en Taede Zijlstra waren natuurlijk ongekende grootheden. Kuiken stopte op papier in 1948 maar was al in 1942 uitgekaatst.
 
Ook Willem Bosma keerde niet terug op de velden. Hij was van beroep marktkoopman en het kaatsen ging vaak ten koste van de inkomsten. Dat verklaart ook de korte tijd die Bosma kaatste. Kuiken was foeragehandelaar en Jan de Groot uit Weidum herinnerde zich Kuiken nog als iemand waar hij graag handel mee deed. Kuiken beschikte wel over geld en was berucht als het ging om het ‘kopen’ van partijen. Dat gold ook voor Taede Zijlstra die wat dat betreft een slechte naam had. Jongste zoon Tettero Zijlstra  vertelde ooit het fraaie verhaal:
,,Us heit wie in rustige, evenredige man. Noflik yn de omgong, net kwea. Ien dy’t it by him bedoarn hie hoechde net wer oan te kommen by him, dan wie it gebeurd. In goeie arbeider wie hy ek, swier wurk as sleatten slatte. Us heit parte, dêr kin je wol op rekkenje. Hy hat genôch parten, dan ferkocht hy de priis. Wy as bern hearden wol ris wat mar wy wisten it net. Dat sei hy net. It waard wol partij hear, dêr soarge hy wol foar, gjin fiif om ‘e ien partij, mar 5-4 of 5-5, mar de oaren wûnen dan. Dan joech hy in pear moaie baltsjes. Syn maten deelden dan ek mei hear.’’
 
,,Sjoch Klaas Kuiken hat in soad prizen fan ús âlde kocht hear, want dy hie sinten. Ik kin it my wol begripe want it wie earmoede, en dan hast mear belang by de sinten as by de priis. Ik wit noch wol dat ús heit in kear twa kear de PC wûn hat, yn sinten dan. Welke PC wit ik net mear mar it wie tsjin Kuken. Us âlde stie mei fjouwer om ‘e ien achter en doe sei Kuken: “Rooie dou bist der af”, ja sei ús heit: “Dou hest mij omkocht”. Doe sei ús heit: “Noch in kear sa folle”, Kuken sei dat giet troch want hy tocht no ferlies ik it net mear. Mar doe wûn ús âlde dochs noch. It wie in gouden dei foar him.’’
 
Geen afscheid, maar vergeten was het publiek ‘Tettero’ of de ‘Reade’ bepaald niet. Al in 1941 kreeg Taede Zijlstra last van de ziekte die hem in februari 1946 noodlottig werd. Vergeten was de ‘maestro’ allerminst in 1946 toen een collecte onder het publiek op de PC bijna 3000 gulden opleverde. Een financieel huldebetoon met een afwikkeling die de toenmalige sociale opvattingen illustreerden. Tettero: ,,Us mem koe der spul foar keapje en dat is by de gemeente yn behear jûn en dan koe sy elke kear mar in beperkt bedrach krije, it gong mar mondjesmaat. Dat hat in hiele lijerij west. Meindert van der Weerd hat der doe achteroan sitten en doe is it klearkommen.’’
 
Een in de tijd van nu toepasselijk verhaal, hoe één van de beste kaatsers aller tijden het hoofd toch moest buigen voor het lot van een ongeneeslijke ziekte. Deemoed in een tijd dat er andere wetten gelden dan ‘in bal boppe of bûten’.
 

De winnaars van de  PC 1942: V.l.n.r.: Feite de Jager, Jan Rodenhuis en Frans Helfrich

Hoofdsponsoren

Businesspartners

Suppliers