contact zoeken wedstrijden

In memoriam Evert Heeg (1938-2020)

Een wereldreiziger is de op 21 maart 2020 in Sneek overleden Evert Heeg nooit geweest. Een liefhebber van de kaatssport is hij altijd gebleven, een muzikale liefhebber om het even nauwkeuriger te zeggen want de muziek kon wedijveren met de kaatssport. Heeg werd op 27 maart 1938 in Húns geboren en dat leven eindigde zes dagen voor zijn 82steverjaardag. 

Foto: De finaleparturen van de Bond van 1959. V.l.n.r.: Anne Broersma, Tinus Santema, Evert Heeg,  Marten de Jong, Marten van der Hem, Evert Colmer, Jan Rodenhuis, Arp Hiemstra en Dirk van der Zee.
 
Wie Húns zegt, denkt onwillekeurig aan Jan Rodenhuis. Althans de ouderen. Voor de veel jongere Heeg waren de ontmoetingen met Rodenhuis uiterst leerzaam want Heeg heeft veel van de PC-winnaar van 1942 en voormalige KNKB-voorzitter geleerd. Voor Heeg ging het op kaatsgebied crescendo toen hij in 1957 naar Easterlittens verhuisde. Het dorp van Sip Oosterhoff,  Martinus Santema, Anne Broersma en Jolt Oostra. Het succes bleef niet lang uit voor Heeg die bijna altijd in het voorperk stond en vaak de tweede opslag voor zijn rekening nam. Al in 1957 won Heeg samen met Jolt Oostra en Nanne van der Molen de Jong Nederland partij voor ‘Onder ons’. Twee jaar later stond de Littenser kaatsvereniging in de finale van de Bond. De maten van Heeg waren toen Martinus Santema en Anne Broersma. 
 
Een finale tegen LKC uit Leeuwarden met de oude leermeester Jan Rodenhuis in de gelederen bij Leeuwarden. Voor Heeg een partij te veel, de gehele dag wilde hij het liefst alle ballen boven slaan, ondanks de vermanende opmerkingen van Santema. Heeg waande zich onoverwinnelijk en wilde in zijn enthousiasme niet luisteren. Met een 5-1 verlies in de eindstrijd tot gevolg want toen bleek ook het uitslagarsenaal van Heeg aan slijtage onderhevig. 
 
Het jaar 1959 was ook het jaar dat Heeg zich eersteklasser (nu hoofdklasser) mocht noemen en dat maar liefst tien jaar lang. Met een totaal van 136 punten behoorde Heeg als kaatser niet tot de absolute top. Geen kaatser die elke week met de krans om de nek huiswaarts keerde. Deels had dat te maken met een te vroeg ‘ferslein skouder’ en deels kwam het door de toch wel grote concurrentie in het voorperk met namen als Klaas van Wieren, Gerrit de Jong en af en toe Tamme Velstra die nog wel eens wilde wisselen.
 
Desondanks had Heeg in 1964 een heus toppartuur met de maten Dirk Talsma en Tamme Velstra. Het perk Heeg-Talsma kon kiezen uit de opslagers Rienk de Groot of Tamme Velstra, toen de zwager van Talsma. Heeg mocht om die reden de keuze maken en koos voor Velstra. Op de PC van dat jaar, die werd gewonnen door Rienk de Groot, wreef de sierlijke opslager uit Leeuwarden het wel even in dat er een verkeerde keus was gemaakt.
 
Heeg won slechts een keer een gouden horloge en dat gebeurde in Marsum. Het was 1963 en de maten waren Hotze Schuil en Piet IJsbrandij. De woorden van Schuil waren profetisch, ‘Evert dou winst fandaag dyn eerste goud’ maar daar leek het lange tijd niet op. Schuil had de plek van Heeg in het voorperk ingenomen en de telegraaf wees 4-5 en 6-6 aan tegen onder andere Jan Sijtsma en Tinus Santema. Psycholoog Schuil liet Heeg op die stand weer in het voorperk en de bal in het linkerhoekje was op maat voor de linkshandige Heeg. Een grote kaats werd het en Schuil bevestigde zijn eerste voorspelling: het goud was binnen. Want hij zou de bal achterin brengen bij Santema ‘want die was stukken’. 
 
Toch was het koningschap met de bijbehorende OG-cup op zondag in Huizum in 1963 de mooiste van het geheel, zo vertelde Heeg later. Zijn enige koningschap en dat terwijl de zaterdag in Makkum in mineur eindigde met een hersenschudding van zijn favoriete maat Johan Halbesma. Anne Broersma had een gezond advies voor Heeg: een paar borrels met wat bier en de zon zal morgen weer schijnen. En hij kreeg gelijk, de sterren werden van het firmament gespeeld door Heeg, een dag om voor eeuwig te koesteren.
 
Die sterren speelde Heeg wel vaker uit de lucht maar dan in een andere betekenis. Op het orgel of de piano in het Volksgebouw tegenover het oude kaatsveld in Bitgum. Heeg achter de piano, het bier binnen handbereik en zo hielden de kaatsers daar hun eigen ‘Bitgumer merke’, zo herinnerde Flip Soolsma zich later. Want Heeg was ook een muzikant die de stemming erin kon brengen. 
 
Dat alles ging voorbij, de zo blonde haardos van Heeg werd langzamerhand al maar witter, maar desondanks bleef hij een verwoed liefhebber die altijd mee bleef doen zowel op het veld als in de zaal. Geen wereldreiziger maar in het kleine autootje wel een pelgrim die tot op hoge leeftijd zijn vrije tijd offerde aan de kaatssport. Met Evert achter de piano, ‘Dan die de tiid der net ta’, zo herinnert zijn vriend en maat Piet Tuinman hem. Uiteindelijk kon zelfs Evert Heeg met muziek die voortschrijdende tijd niet tegenhouden.
 
 
 

PianoHeeg_Fotor

Hoofdsponsoren

Businesspartners

Suppliers