contact zoeken wedstrijden

Pieter Scharringa ‘soe it moarn sa wer oerdwaan wolle’

Tekst: Rynk Bosma
Foto's: Henk Bootsma en Rynk Bosma

Aan tafel met Pieter Scharringa uit Dronryp betekent ‘de droege woarst foarby’ en de Hertog Jan halverwege als welkome opvolger van Douwe Egberts. Een avondje kaatsen, een avondje verhalen waarvan de helft moet sneuvelen in het digitale voorportaal. De minuten worden uren en gedurende de avond schuift het gezin Scharringa aan, minus de twee jongste dochters. En aan het eind van de avond: ‘Ik soe it moarn sa wer oerdwaan wolle’.

DSC_8572

Dronryp – Het had voor echtgenote Henrica Terpstra in 2007 ook niet voorbij hoeven zijn. ‘Hjir krijst letter spyt fan’, zo waarschuwde zij de toen pas 31-jarige Pieter en zij kreeg gelijk. Natuurlijk was het afscheid met winst op de Oldehovepartij een gedroomd afscheid van de kaatsarena, ware het niet dat die onterechte koningstitel alles verpestte. ,,Je steane echt as gladioal, Marten (Feenstra) stie al yn de midden. Ik soe ek net witte wêr’t dat ding bleaun is’’, zo zegt Scharringa over die koningsprijs en daarmee zegt zegt hij in andere woorden dat die koningsprijs hem gestolen kon worden, te veel sportman.
 
Zet een aantal kaatsers van ruim twintig jaar geleden op een rijtje met de vraag ‘Wie is afkomstig van de CFK?’ Dan is de oogst met Chris Wassenaar, Johannes van Dijk, Auke van der Graaf, Tjitte Bonnema, John Peter Boersma en Jasper Boomsma bepaald rijk te noemen. Weinig mensen zullen echter ook Pieter Scharringa eruit halen. In menige herinnering ‘in rûchhouwer’, een krachtpatser, een kaatser tussen eerste klas en hoofdklasse in. Scharringa zelf is de eerste die toegeeft dat hij als kaatser er meer uit had kunnen halen, maar ja die ‘derde helft’ was ook niet te versmaden. 
 
De op 26 juli 1976 geboren Scharringa was te laat geboren om nog een plekje te krijgen in de rubriek pupillen en welpen het jubileumboek ‘Alles aan de hang’ van de CFK uit 1984. Heit Sybe Scharringa was in Welsrijp van mening dat Pieter net als de buurjongen van toen op de Freule mee moest doen in een tijd dat het dorp geen geschikt partuur had. Dus belde buurdorp Spannum want het toch al sterke jongenspartuur met Duco Harkema en Jan Poelstra kon wel een sterke derde maat gebruiken. ,,Doe’t it begûn te rinnen yn it partoer wie der in feriening dy’t beswier makke. Ik moast foar Winsum útkomme, dat lei tichterby.’’

Schermafbeelding 2020-02-14 om 14.09.03

Het werd een vierde plek op de Freule samen met Johannes Boersma. Scharringa stond achterin en ook de opslag was bij hem in goede handen, ,,Ek bûtse hear, mar letter by opslagger Jochum Bouma ha’k noait wer opslein.’’ In die zo kwetsbare periode tussen Freule en senioren bivakkeerde Scharringa in de eerste klas. ,,Ik wie geastlik noch net klear foar de hoofdklasse mei mannen as Leo Leeuwen, Johan Okkinga, Gerben Okkinga en Johannes van Dijk.’’
 
De naam is gevallen, een vergelijking ligt voor de hand: Johannes van Dijk. ,,Jehannes wie myn man fansels, in gefoelsman, dat wie wat ik sels ek foar eagen hie, sa wurde. Prachtich om te sjen hoe’t hy ek mei it publyk omgie.’’ Een eigenschap die Scharringa zelf ook heeft, gewoon na een slag even ‘in praatsje’ met bijvoorbeeld de oude Duhoux uit het publiek. In die tijd echter was hij nog niet zo ver. ‘Groeien’ in de eerste klas met Jochum Bouma en bijvoorbeeld Durk Punter of een Lieuwe de Jong. Maar wel gezellig ‘groeien’ want de eerste klassers van toen bleven altijd even zitten, Sjirk de Groot, René Janse, Lutzen Idsardi, ,,In geweldige ploech’’, zo kijkt Scharringa terug.
 
De stap naar de hoofdklas moest natuurlijk komen, ,,Want wy wolle allegearre itselde dy PC winne.’’ Maar gemakkelijk was het niet voor Scharringa. ,,It wie oars op de hoofdklasse, koe myn draai net fine, it wie te min mei elkoar.’’ Gelukkig voor Scharringa ontfermde Thomas van der Meer zich als trainer over de ruwe bolster Scharringa - ‘Thom hat in soad foar my dien’ – en Henk Bosje als sponsor. Inmiddels stond Daniël Iseger achterin bij Scharringa en het is dan 2003. Tijdens de training in Welsryp moesten beide kaatsers eerst wel elkaars grenzen verkennen en op een bepaald moment stonden Iseger en Scharringa met de neuzen tegen elkaar aan om vervolgens altijd met de neuzen in dezelfde richting te staan. ,,Dêrnei koenen wy alles tsjin elkoar sizze.’’
 
Toen opslager Jan Dirk de Groot werd vervangen door Johan Abma begon het te lopen in het partuur. Met als hoogtepunt natuurlijk die verrassende PC in 2004. In de finale tegen het trio Klaas-Anne Terpstra, Jan Willem van Beem en Douwe Groenendijk. Een volgens de verslagen ‘eersteklas partuur’ tegen drie topfavorieten met de laagstaande zon als lastige en misschien wel doorslaggevende  factor. ,,Sy hienen der mear lêst fan as wy want sy hienen in platte bal oan de opslach.’’ Scharringa was die dag een van de grote ‘smaakmakers’ met zijn luidruchtige aanwezigheid. Met 5-3 niet echt een spannende finale, hoewel Henrica daar anders over denkt: ,,Foar my wie it hiel spannend dy deis hear.’’
 

Schermafbeelding 2020-02-14 om 14.11.02
Foto Scharringa

 
Met een klap zette het partuur zich op de kaart zoals het cliché wil. Voorbij waren de dagen van de grollen met sponsor Bosje als inspirator. ,,Ien kear binne wy yn in wite limousine nei de PC gien, mei René Janse en Johannes Boersma yn de auto en Tiede Bergsma, Dirk Gillebaard en Johan Bruinsma wienen de ‘bodyguards’ mei sinnebril op. Sy bluften ús troch de kontrole as ‘hoog bezoek’ en de hikken gienen iepen. Dat wie wol kicken hear!’’  Nee voor Scharringa waren bijna alle PC’s mooi, enthousiast publiek, af en toe een praatje en na een bovenslag dat voor menigeen zo intimiderend gedrag met die hard klinkende stem, ook al is het nooit zo bedoeld. Want dat wil Scharringa wel benadrukken ook al geeft hij toe dat hij zich ‘Maklik opnaaie liet’.
 
‘In gekkenhús’, noemt Henrica de reacties na die PC-winst in 2004. ,,Wy wienen krekt ferhuze nei Dronryp en it hûs stie fol mei blommen, hjir dreame je allinnich mar fan.’’ Een droom dus met een gelukkig einde die de verloren finale van 2007 iets draaglijker maakte. Met Klaas Berkenpas als opslager in de finale met opnieuw Iseger in het achterperk tegen de grote favorieten van de dag, Johan van der Meulen, Auke van der Graaf en Taeke Triemstra. Een kansloze exercitie zo leek het.
 
Met twee spel en 4-0 achter, en dan via 5-2 toch nog schouder aan schouder het laatste eerst in. En dan ook nog bij de perkwisseling op 5-5 en 6-6 de meeste kansen voor Scharringa en zijn maten met een wel erg kleine kaats die gepasseerd moest worden. Met die draaiende bal die een meter boven de grond nog buiten de lijnen bivakkeerde en zich, zo leek het, op het laatste moment toch nog bedacht. Iseger liet hem vallen en opslager Johan van der Meulen schreef het hoofdstuk van de onsterfelijken in de nog niet erg oude eeuw.
 
Scharringa doet graag iets terug, vier jaar heeft hij de jeugd in Welsryp onder zijn hoede gehad met twee keer winst voor de pupillen. Dochter Manouk (11) luistert graag naar de adviezen van heit, dochter Lysanne (13) vindt alles goed zolang heit zich maar stilhoudt. Hoewel het af en toe niet meevalt, houdt de praatgrage Scharringa zich er braaf aan.

DSC_8824

Dat hoefde vorig jaar in Paesens–Moddergat niet tijdens de eerste en tweede klaspartij toen de perkmaten van 2007 elkaar in de kleedbox troffen. Scharringa als invaller bij Kevin Jordi Hiemstra en Johan Diertens in het officiële gele shirt en het werd toch nog een premie. Iseger in het spreekwoordelijke witte shirt als tweede klasser: ‘Wat no gjin gekleurd shirt?’ Scharringa kon nog gemakkelijk mee en zeker de kaatsvereniging Thomas Prins ziet hem graag als gast. ,,Ik ha noait bôle mei, keapje altiten sop en in gehakbal want  de feriening moat ek wat fertsjinje.’’ Dus toen Scharringa een week later opnieuw bij Kaatsvereniging Thomas Prins verscheen omdat zijn dochter moest kaatsen, werd hij verwelkomd met de woorden ‘Gelokkich no reitsje ik de gehakballen ek kwyt.’
 

Hoofdfoto Scharringa en Henrica

Hoofdsponsoren

Businesspartners

Suppliers