contact zoeken wedstrijden

August van Lierde: van krijgsknecht tot koning

Tekst: Rynk Bosma

Hoewel er geregeld sprake van was of er in 2018 een Belgisch partuur op de PC zou meedoen, werd er nimmer gerept van het historische feit dat het dit jaar precies zestig jaar geleden is dat de Belgische held van de Friezen August van Lierde overleed. Dat gebeurde op 27 januari 1958 in zijn woonplaats Ninove en alleen de onvermoeibare kaatsjournalist Kees Roersma nam in 1954 nog de moeite om naar België te gaan voor een gesprek met de PC-koning van 1917.
 
Wie nu die kleine Belg was met die zo martiale, opkrullende snor staat in het op 11 november verschijnende boek Ver van het front? Friesland en de Friezen in de Eerste Wereldoorlog. Een boek over de gewone mensen en hoe de lange arm van de oorlog toch veel invloed had op die levens, hoewel Nederland angstvallig neutraal bleef.
 
August van Lierde wist in 1917 met de Belgische maten Emile Hoyois en George Herphelin de PC te winnen en Van Lierde was de onbetwiste koning. Alle drie Belgen waren als geïnterneerde militairen in Harderwijk gelegerd. Zes van de negen kaatsers van de eerste drie parturen op die PC waren Belgen en dat was toch wel bijzonder te noemen.

Ninove, waar Van Lierde vandaan kwam
Ninove, waar Van Lierde vandaan kwam

Van Lierde werd op 10 december 1890 in Ninove geboren als zoon van landbouwer/herbergier Carolus van Lierde en Honoraria Antonia Anckaert. August werkte bij een garentwijnderij maar moest in 1911 onder de wapenen. Als soldaat van het Negende Linieregiment was het in dat jaar tevens zijn grote doorbraak als Jeu de Pelotekaatser. Want als je drie jaar later 33 van 35 gespeelde wedstrijden in 1914 weet te winnen dan komt het latere talent voor het Friese spel bepaald niet uit de lucht vallen.
 
Die mobilisatie maakte een einde aan de glorie want op 1 augustus moest het soldatenpak weer aan en saai werd het niet voor August. Hij lag bij St-Nicolas nabij Luik waar de op 4 augustus binnentrekkende legers van de Duitsers zwaar slag leverden. Een kansloze Belgische onderneming die gepaard ging met grote verliezen en gedwongen terugtrekking tot Antwerpen. Op 11 september was het voorbij voor Van Lierde, hij kwam in een ziekenhuis terecht en in de nacht van 9 op 10 oktober ging de tocht per trein en tram de grens over naar Koewacht.

Kamp Harderwijk
Kamp Harderwijk

Per ambulance ging Van Lierde vervolgens naar het Burgergasthuis in Middelburg. Zo’n 40.000 militairen staken al dan niet gedwongen de grens over en de vooroorlogse slogan ‘de Belgen komen’ op een internationale kaatswedstrijd kreeg nu een geheel andere inhoud. In 1915 kwam ook Van Lierde in het nieuwe interneringskamp in Harderwijk terecht. Met verveling als grootste vijand maar het toeval wilde dat er honderden pelote kaatsers in de verschillende kampen zaten. Dus werd de kaatsbond gevraagd te helpen en dat verzoek willigde de toenmalige voorzitter Willem Westra graag in. Elk interneringskamp kreeg peloteballen en gaandeweg groeide de animo, maar ook de contacten tussen kaatsbond en Belgen werden intensiever.
 
Wedstrijden spelen buiten de kampen was nog een stap te ver, ook al omdat talrijke militairen zo ontsnapten en dat mishaagde buurman Duitsland natuurlijk. Toch haalde het kaatsen de Belgen uit hun kampisolement. In een onderling treffen in de Friese en Vlaamse variant op paasmaandag 1915 werden de Friezen in beide spelsoorten afgedroogd, dit tot verbijstering van het thuisfront. Een voorzichtig voorspel voor wat later zou gebeuren. Want er was weinig inzicht wat er in die kampen gebeurde op het gebied van trainingsarbeid. De gehele dag de tijd en buitenstaanders werden niet toegelaten.
 
Begin 1916 werd de bewegingsvrijheid wat ruimer omdat de vluchtelingen naar België terug zouden worden gestuurd, zo beloofde de Belgische regering. De confrontatie in Franeker tussen parturen uit Harderwijk, Oldebroek, Zeist en Gaasterland op paasmaandag en vier Friese parturen liet zien dat de Friezen toch nog oppermachtig waren. Met name op het terrein van de opslag en dat was Van Lierde natuurlijk niet ontgaan.
 
Toch was 1916 het jaar van de grote doorbraak van de Belgen die de gehele winter hadden kunnen trainen. Ze waren populair bij het publiek want ook bijvoorbeeld de kleine Albert Decastieau uit het kamp Gaasterland betoonde zich een formidabele uitslager. Van Lierde kaatste veel met Rinse Jan Hendrik Brink en Ids Roukema en daar stak hij veel van op, zo zei hij later tegen Roersma. Westra zag intussen met lede ogen dat de verschillen tussen Belgen en Friezen kleiner werden. De Friezen hebben meer uithoudingsvermogen, terwijl de Belgen vlugger zijn, zo was de analyse van die tijd. Iemand zei: ‘Het lijkt wel een drietal werkpaarden tegenover een drietal renpaarden’.

Van Lierde in Menaam
Van Lierde in Menaam

Sneeuw of geen sneeuw, in de aanloop van 1917 trainden de Belgen bijna elke dag en dan vooral op de opslag, hun zwakste onderdeel. Van Lierde probeerde inmiddels de Friese tal machtig te worden, wel handig dat je met je maten kon communiceren, zo redeneerde hij. Hij kocht elke week het blad Sljucht en Rjucht  om zo de taal te leren.
 
Het ‘Allons jongens’ weerklonk menig maal als aanmoediging vanuit de kampen en op 1 augustus kwam de kroon op het vele kampwerk met de bal. De finale met de 30-jarige bankbediende Herphelin uit Ath en de 29-jarige stukadoor Hoyois uit Frameries aan zijn zijde wordt op 5-2 en 6-2 beslist met Van Lierde als koning.
 
Voor voorzitter Westra was het zo succesvolle Belgische jaar 1917 een reden om in april 1918 te benadrukken dat de Belgen in hun vrije formaties veel trouwer waren dan de heetgebakerde Friezen. Toch ontbraken de winnaars van 1917 op de PC van 1918.
 
De PC besloot merkwaardig genoeg tot gelijke behandeling van alle deelnemers, dus geen vrije reis- en verblijfkosten voor de Belgen. Van Lierde schreef dat zij om die reden niet mee konden doen omdat het Opperbevel nadrukkelijk eiste dat er geen kosten verbonden mochten zijn aan een deelname, waar dan ook in Nederland. ‘Geen onkosten voor ons noch voor het kamp’ was het beleid en voor de PC commissie was dat kennelijk geen reden om hun aanvankelijke standpunt te wijzigen.
 
Van Lierde deed ook in 1920 nog mee aan de PC, twee jaar later kaatste de Belg voor het laatst in Friesland. In België speelde hij met Ninove in de tweede klas, volgens het verhaal onder zijn niveau. De ‘vrees der Friezen’ had bij zijn terugkeer naar België wel andere dingen aan zijn hoofd. De in Nederland verblijvende Belgische militairen werden bij terugkeer min of meer beschouwd als deserteurs en dat werd uitgedrukt in het toekennen van de zogenaamde frontstreep. Dat leverde materiële voordelen op en een hoger oorlogspensioen. De geïnterneerden hadden echter geen recht op een frontstreep, alleen degenen die daadwerkelijk hadden gestreden. Van Lierde werd als voormalig krijgsknecht lid van de Nationale Strijdersbond afdeling Ninove een voorvechter om toekenning van die frontstrepen. In 1925 werd het verzoek afgewezen, later werden de regels versoepeld. Of de koning van 1917 ze ook heeft gekregen blijft onbekend.
 
Het leven van August van Lierde gaat verder in Ninove, waar het ook begon. Hij trouwde in 1926 met Delphina Maria de Dobbeleer. Ze kregen twee kinderen terwijl Van Lierde de rest van zijn leven in de garenfabriek De Mol werkte.
 
In die fabriek gaat Roersma dus op bezoek en hij noteerde de tranen in de ogen van Van Lierde toen hij in 1954 over zijn maten van toen sprak. De krijgsknecht van weleer mocht ooit een dag koning zijn. En de gewonnen medailles? Allemaal omgesmeed tot medaillon want als een familielid van hem trouwde wilde de vrouw graag een medaille hebben. Op 27 januari 1958 kwam er dus een einde aan het leven van de ‘vrees der Friezen’.  Een volgens overlevering beminnelijk en sympathiek mens. En misschien is dat nog wel meer waard dan al die medailles.
 

FotoVanLierde

Hoofdsponsor

Businesspartners

Suppliers