contact zoeken wedstrijden

‘Poëtische kaatsbeleving’ in Tresoar

Tekst: Rynk Bosma
Foto: Henk Bootsma
Video: KNKB Media

Directeur Bert Looper van Tresoar verontschuldigde zich al op voorhand over zijn onwetendheid met betrekking tot de kaatssport. ,,Ik kom fan de Gordyk, it lân fan de autokross’’, zo zei hij. Centraal stond op maandagavond in Leeuwarden de film van Frank den Oudsten,  die als gastconservator de opdracht heeft een aantal presentaties van het cultureel erfgoed te maken, gebaseerd op de collectie van Tresoar. De film is gebaseerd op beelden van de trainingen van Puur Passie, de Keats-off en de Frouljus PC.
 
Met ondersteuning van foto’s van Dolph Kessler werd de film als een tweeluik geprojecteerd op de zogenaamde ‘wall of treisure’ in twee blokken. Op het ene blok historische gedichten over de kaatssport, geïllustreerd met vertraagde beelden. De werkelijkheid in langzame details in beeld gebracht. Een Ilse Tuininga aan de opslag, uit het publiek de opmerking ‘Sa lang ha ik oars ek net wer wurk’ en dat was nu juist de bedoeling. Vloeiende bewegingen bij de uitslag en de opslag onder een vergrootglas leggen en dan zie je kleine fysieke gewoontes die in een gewone partij onopgemerkt blijven.
 
Aan de andere kant de gedichten, deze avond de brug tussen taal en sport. Hilarisch waren de vertraagde beelden van de tribune op de Frouljus PC waarbij de hoofden synchroon van links naar rechts gingen, slechts een enkeling werd op afwezigheid betrapt door een heel andere kant op te kijken. Het deed denken aan die historische foto van het met petten bedekte publiek van een PC waarbij alle hoofden naar links keken behalve die ene man op de voorste bank. Die keek stug voor zich uit en nam zo bezit van die foto.
 
Auteur Pieter Breuker van onder andere Keatserstaal  hield daarna een korte beschouwing over taal en kaatsen. Met de wetenschap dat er 1700 kaatstermen zijn sprak het voor zich dat Breuker zich moest beperken. Zo bestaan er veertien verschillende woorden voor pripper waarvan een aantal in de vergetelheid zijn geraakt. Wat dat betreft is het te danken aan Henk Kroes als voorzitter van de Elfstedentocht  dat de uitdrukking It giet oanlandelijke faam kreeg. Om die reden nog altijd een A-merk en dat kan niet worden gezegd van bjusterbaarlik. Een prachtig woord dat is verworden tot een stuitend cliché, mede dank zij de toenmalige commissaris van de koningin Hans Wiegel die het woord zelfs op de gevel van zijn huis heeft.
 
Hoe mooi Friese gedichten qua klank zijn werd maar weer eens bewezen door Abe de Vries die een viertal kaatsgedichten voorlas met als afsluiter zijn eigen, werkelijk prachtige gedicht gewijd aan de te vroeg gestorven Durk de Haan (zoon van PC-winnaar Hiele de Haan) uit Pingjum:
 
soe ik yn ‘e kriich fan in fers as dit/
no’t ik nochris oan ‘e stuit stean/ 
op sokken te roppen fan wat soesto/
dy sa’n bal de weareld út slaan litte
 
Theo Kuipers verhaalde bij het onderwerp Kaatsen in het archief nog maar eens over de twee testamenten die Jan Bogtstra naliet. Het tweede testament werd in aanwezigheid van PC-leden officieel in Tresoar geopend. Volgens Kuipers was hij in een vorig testament royaler geweest dan hij zich ten tijde van de tweede editie kon permitteren. Dat kon niet gezegd worden van het Koninklijk huis dat in 1953 een medaille schonk, maar onder de voorwaarde dat de inscriptie zelf moest worden bekostigd. Opmerkelijk was het volgens Kuipers dat prins Bernhard in dat jaar zonder koningin Juliana op bezoek kwam. Het was toen crisis op Soestdijk in verband met gebedsgenezers Greet Hofmans. Of prins Bernhard na afloop ook weer rechtstreeks naar huis ging vermeldt de historie niet… 
 

DSC_1931

Hoofdsponsor

Businesspartners

Suppliers