|
|  | | » Home » Wedstrijdzaken » Wedstrijdinformatie » Poulekaatsen | | Poulekaatsen | | POULEKAATSEN
Vanaf 2010 is in het reglement opgenomen, dat bij het spelen in poules van 3 ook met kruisfinales kan worden gespeeld.
De volgorde van spelen bij poules van 4 in de 2e ronde is winnaar tegen verliezer.
Tot een aantal van ten hoogste twaalf parturen is kaatsen in poules toegestaan.
A. Het partuur dat drie spellen behaalt, krijgt 7 punten; het verliezende partuur krijgt evenveel punten als het eersten behaalde. Het aantal tegeneersten is gelijk aan het aantal door de tegenpartij gehaalde eersten; voor de verliezer is dit derhalve zes. Winnaar in de poule is het partuur dat de meeste punten behaalt. Bij gelijk aantal punten is het partuur met de minste tegeneersten winnaar; is dit ook gelijk, dan is de onderlinge partij beslissend. Als ook dit geen beslissing oplevert, beslist het lot.
B. Bij spelen in twee poules van 3 parturen vormen de nummers 1, 2 en 3 poule 1 en de nummers 4, 5 en 6 poule 2. De eerste partij wordt gespeeld tussen de parturen met de laagste nummers.
Het partuur met het hoogste nummer speelt eerst tegen de verliezer van de eerste partij, daarna tegen de winnaar. De poulewinnaars spelen om de eerste en tweede prijs.
Ingeval van spelen met kruisfinales speelt de winnaar van de ene poule tegen de nummer 2 van de andere poule, waarna de winnaars van beide wedstrijden om de 1e en 2e prijs spelen.
C. Bij spelen in twee poules van 4 parturen vormen de nummers 1,2,3 en 4 poule 1 en de nummers 5,6,7 en 8 poule 2. De eerste partijen worden gespeeld tussen de parturen met opeenvolgende nummers.
De volgende partijen worden gespeeld tussen de respectievelijke winnaars en verliezers van de eerste partijen (winnaar tegen verliezer), waarna besloten wordt met de partijen tussen de parturen die nog niet tegen elkaar hebben gespeeld.
De poulewinnaars spelen tegen elkaar om de eerste en tweede prijs; de nummers twee om de derde prijs.
D. Bij spelen in drie poules van 3 parturen wordt er gespeeld zoals omschreven bij B
De poulewinnaars spelen daarna een halve competitie. De prijswinnaars worden bepaald zoals omschreven bij A.
E. Bij spelen in vier poules van 3 parturen wordt er gespeeld zoals omschreven bij B, met dien verstande dat de poulewinnaars volgens het afvalsysteem spelen om de eerste, tweede en 2 derde prijzen.
F. Vanaf 2008 kan bij de jeugdcategorieën bij 12 parturen (4 poules van 3) en bij 6 parturen (2 poules van 3) een alternatief poulesysteem worden toegepast. Reden is dat de deelnemers dan meer partijen kunnen spelen.
12 parturen:
De parturen uit poule 1 spelen tegen de parturen uit poule 2. Zo ook in poule 3 en 4.
De winnaar van poule 1 / 2 speelt tegen de winnaar van poule 3 / 4 om plaats 1 en 2.
De nummers 2 van poule 1 / 2 en poule 3 / 4 spelen om de 3e plaats.
6 parturen:
De parturen uit poule 1 spelen tegen de parturen uit poule 2.
Elk partuur speelt dan dus 3 partijen.
Het volledige
document alternatief poulesysteem 12 of 6 parturen met poule-indeling, wedstrijdschema en puntentelling is hier te downloaden.
|
|
| |
|
|  |
| | | Bondsnieuws
| | NOC*NSF en Olympisch Stadion lanceren lespakket ‘London 2012’
|  | De Olympische Spelen onder de aandacht in het basis-onderwijs
Lees verder  |
|
| | |
|
|
|