statuten

Naam, zetel en duur
Artikel 1

1. De vereniging draagt de naam Koninklijke Nederlandse Kaats­bond (hierna: KNKB) en is ont­staan door een fusie tussen de Konink­lijke Nederlandse Kaatsbond, op­gericht in 1897 en de Christelijke Bond voor de Friese Kaats­sport, opge­richt in 1934.
2. Zij heeft haar zetel te Franeker, gemeente Franekeradeel.

Artikel 2
De fusie is tot stand gekomen op 1 april 1994 en de vereni­ging, hierna te noemen bond, duurt vanaf dat ogenblik voor onbepaalde tijd voort.

Grondslag
Artikel 3

De grondslag van de bond is de erkenning van de pluri­formiteit der sa­menleving en de afspiegeling daarvan in de kaatssport. De bond respec­teert de identiteit van ieder lid van de bij de bond aangesloten rechts­perso­nen. Onverbrekelijk daarmee verbonden is de door de hoofdbesturen der KNKB en CFK getekende inten­tieverklaring.
Doel
Artikel 4

1. De bond heeft ten doel de beoefening van de kaats­sport te bevorderen met eerbiediging van de levens­beschou­we­lijke opvattingen van de bij haar leden aangesloten be­oefe­naars van de kaats­sport en het stimuleren van de be­langstel­ling voor deze sport in de ruimste zin van het woord.
2. De bond tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. een band te vormen tussen de verenigingen en de beoe­fe­naars van de kaats­sport vanuit de in artikel 3 bedoelde grondslag;
b. het bevorderen van het ontstaan van zoveel mogelijk verenigingen;
c. het (doen) organiseren van wedstrijden vanuit de grond­slag als in ar­tikel 3 bedoeld, met eerbiediging van de levensbe­schouwelijke opvat­tin­gen van de bij haar leden aangesloten beoefenaars van de kaats­sport;
d. het behartigen van de belangen van de leden;
e. alle haar ten dienste staande middelen, welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

Geldmiddelen
Artikel 5

1. De geldmiddelen van de bond bestaan uit:
a. contributies;
b. schenkingen, legaten en erfstellingen;
c. donaties;
d. subsidies;
e. alle andere baten en inkomsten.
2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voor­recht van boe­delbeschrijving.

Leden
Artikel 6
1. a. Leden-verenigingen: verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die zich uitsluitend, dan wel mede, ten doel stellen het beoefenen en/of bevorderen van het kaatsen en daarmee verwante sporten.
b. Verenigingsleden zijn: natuurlijke personen die lid zijn van een lid-vereniging, als bedoeld onder artikel 4 lid 1 a en daarmee ook lid zijn van de KNKB, of die een functie binnen de KNKB of lid-vereniging (gaan) uitoefenen dan wel aldaar op een andere wijze betrokken zijn bij het kaatsen en door lidmaatschap van de lid-vereniging, daarmee ook lid zijn van de KNKB. Van deze bepaling zijn uitgezonderd de leden van de tuchtcommissie en commissie van beroep van de Stichting Instituut Sportrechtspraak (hierna: ISR).
c. Ereleden zijn natuurlijke personen, die zich voor de bond in het algemeen bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. Zij worden op voor­dracht van het hoofd­bestuur door de algemene vergadering be­noemd.
d. Ondersteunende leden zijn zowel natuurlijke als rechts­per­sonen, die de bond steunen door een jaar­lijkse bijdrage.
e. Leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de kaats­sport in het algemeen en op grond daarvan door het hoofdbestuur als zodanig zijn benoemd.
2. Daar waar in deze statuten van leden wordt gesproken, wor­den de verenigingen en de verenigingsleden bedoeld, tenzij in deze statuten uitdruk­kelijk anders is vermeld.
3. Aanmelding voor het lidmaatschap geschiedt schriftelijk bij het hoofdbe­stuur, dat binnen drie maanden na de aanmel­ding over de toelating beslist.
4. Bij afwijzing heeft de belanghebbende vereniging recht van be­­roep op de al­gemene vergadering, schrif­telijk in te stellen binnen één maand, nadat het betreffende besluit - on­der verwijzing naar haar recht van beroep - ter kennis van de vereniging is gebracht. In de eerstvolgende algemene vergade­ring wordt hierom­trent uitspraak gedaan.
5. De aanmelding van natuurlijke leden geschiedt via de vereniging.
6. Het hoofdbestuur houdt een ledenregister bij. In dit register worden alleen die gegevens bijgehouden welke voor de realisering van het doel van de KNKB noodzakelijk zijn.
7. Indien het lid met wie wordt gecommuniceerd hiermee instemt, kunnen schriftelijke mededelingen aan, respectievelijk van, de KNKB geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de KNKB respectievelijk het lid met wie wordt gecommuniceerd voor dit doel aan het lid met wie wordt gecommuniceerd respectievelijk de KNKB bekend is gemaakt.

Artikel 7 Rechten en algemene verplichtingen
1. Leden zijn tot het volgende verplicht:
a. de statuten en reglementen van de KNKB en de besluiten van de algemene vergadering en de daartoe bevoegde organen na te leven;
b. de statuten en reglementen en besluiten van het ISR na te leven, voor zover deze betrekking hebben op het Dopingreglement en het Tuchtreglement dopingzaken van het ISR, alsmede eventuele van toepassing verklaarde sportspecifieke bepalingen en voorts het Tuchtreglement seksuele intimidatie van het ISR na te leven;
c. de belangen van de KNKB en/of van de kaatssport in het algemeen niet te schaden;
d. alle overige verplichtingen welke de KNKB in naam of ten behoeve van de leden aangaat of welke uit het lidmaatschap van de KNKB voortvloeien, te aanvaarden en na te komen.
2. De leden-verenigingen aanvaarden door toetreding als lid tot de KNKB namens de eigen leden de verplichtingen en leggen haar eigen leden op, de statuten, reglementen en besluiten van de KNKB en diens organen na te leven, onder andere in het bijzonder met betrekking tot de statuten, reglementen en besluiten van het ISR, voor zover deze betrekking hebben op seksuele intimidatie en doping;
3. Verenigingsleden die als lid toetreden of zijn toegetreden tot de desbetreffende lid-verenigingen en daardoor lid worden of zijn geworden van de KNKB en als zodanig onderworpen zijn aan de statuten, reglementen en besluiten van de KNKB en zijn organen, waaronder onder andere met name begrepen de statuten, reglementen en besluiten van het ISR, voor zover deze betrekking hebben op seksuele intimidatie;

Einde van het lidmaatschap
Artikel 8

1. Het lidmaatschap eindigt:
a. van leden-verenigingen: door opzegging door het lid-vereniging of de KNKB, royement of door het ophouden te bestaan van het lid-vereniging;
b. van verenigingsleden: door hun dood, door royement, of door opzegging door de lid-vereniging waarvan zij lid zijn.
2. Opzegging door een lid dient schriftelijk te geschieden bij het secretari­aat tegen het eind van een vereni­gingsjaar met een opzegtermijn van vier weken. Een lid kan echter zijn lidmaatschap onmiddellijk beëin­digen, indien redelij­kerwijs niet van hem gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3. Opzegging namens de bond, alsook royement, ge­schiedt door het hoofdbestuur, dat een lid ten spoe­digste met opgave van redenen schrifte­lijk in kennis stelt van het betreffende besluit, onder vermelding van de datum waarte­gen is opgezegd of geroyeerd. Het lid heeft gedurende één maand na de ontvangst van de kennisgeving recht van beroep op de algemene vergade­ring; dit recht van beroep moet in de kennis­geving worden vermeld. Geduren­de de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
4. Het hoofdbestuur is bevoegd een lid te allen tijde te schor­sen, indien gronden tot opzegging of royement aanwe­zig zijn. Een schorsing die niet binnen drie maanden ge­volgd wordt door een besluit tot opzegging of ont­zet­ting eindigt door het verloop van die termijn.
5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigings­jaar eindigt, blijft de jaarlijkse contribu­tie in het geheel verschuldigd.
6. Royement is eveneens mogelijk voor de overige in artikel 6, lid 1 vermelde leden. Artikel 8, leden 3 en 4 zijn van toepassing.
7. In afwijking van het bepaalde in 3, 4 en 6 geschiedt Royement door de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR voor zover zij belast zijn met het berechten van overtredingen van Tuchtreglement dopingzaken en het Dopingreglement van het ISR alsmede van het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie van het ISR.

Contributie
Artikel 9

1. De leden zijn verplicht een door de algemene vergadering vast te stellen contributie en/of afdracht te betalen.
2. Een lid kan niet door opzegging van zijn lidmaatschap de toepasselijkheid van een besluit, waarbij de statutaire verplichtingen van de leden zijn verzwaard, te zijnen opzichte uitsluiten.

Organisatie
Artikel 10

1. Organen van de KNKB zijn:
a. de algemene vergadering ;
b. het hoofdbestuur;
c. strafcommissie
d. beroepscommissie
e. de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR voor zover zij belast zijn met het berechten van overtredingen van het Dopingreglement en van het Tuchtreglement dopingzaken van het ISR alsmede met het berechten van overtredingen van het Tuchtreglement Seksuele Intimidatie van het ISR;
f. die personen en commissies die op grond van de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend.
2. De bond is onderverdeeld in verenigingen. De taken, bevoegdheden en or­ganisatie van de verenigingen worden bepaald in het huishoudelijk regle­ment van de bond.
3. In elke plaats mag één vereniging zijn, behalve in de stad Leeuwar­den, waar meer verenigingen mogen zijn.
4. Verenigingen werken samen in een federatie, een regionaal samenwerkingsverband tussen afzonderlij­ke verenigingen. Elke bij de KNKB aangesloten vereniging maakt deel uit van één federatie. Het hoofd­bestuur verzorgt, na overleg met de verenigingen, de indeling van de federaties.
5. Een federatie is gehouden in haar statuten op te nemen, dat:
a. de statuten en reglementen van de KNKB, alsook de besluiten van haar organen, worden nageleefd;
b. de belangen van de KNKB en/of haar organen niet geschaad zullen worden;
c. alle overige verplichtingen die de KNKB in naam van haar leden aangaat of die uit het lid­maatschap voortvloeien worden aanvaard en nagekomen.
6. Een federatie heeft geen stem in de algemene vergadering; die is voorbehouden aan de individuele le­den van de federatie.

Hoofdbestuur
Artikel 11

1. De bond wordt bestuurd door een hoofdbestuur, be­staan­de uit ten min­ste vijf en ten hoogste zeven meer­derjarige natuurlij­ke personen.
2. De hoofdbestuursleden worden door de algemene vergadering uit de leden van de verenigingen be­noemd. Er mogen niet meer dan twee leden uit de zelfde vereniging zitting nemen in het hoofdbe­stuur.
3. Voor de benoeming van de hoofdbestuursleden kunnen door het hoofdbestuur en de verenigingen kan­didaten worden ge­steld.
4. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in func­tie gekozen.
5. De indeling van de overige functies en de werkwijze van het hoofdbestuur worden nader bepaald in het huishoudelijk re­gle­ment.
6. Indien het hoofdbestuur uit minder dan het vastgestelde aantal leden be­staat, behoudt het niettemin zijn bevoegdhe­den. Op de eerstvolgende algeme­ne vergadering wordt in de vacature voorzien.
7. De benoeming van een hoofdbestuurslid geschiedt voor een tijdvak van drie jaar. Een aftredend lid is terstond herbe­noembaar, doch niet vaker dan drie keer.
8. Telkenjare treedt tenminste één/derde van het aantal le­den af volgens een door het hoofdbestuur op te maken roos­ter. Aftredende bestuursleden zijn direct herkiesbaar. Bij een tussentijdse vacature neemt het nieuwe hoofdbe­stuurslid op het rooster de plaats in van degene die hij opvolgt.
9. Na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering is het hoofdbestuur bevoegd met het ISR een de
leden bindende overeenkomst aan te gaan krachtens welke overeenkomst het uitoefenen van tuchtrechtspraak van de bond op het gebied van doping en seksuele intimidatie wordt opgedragen aan het ISR.

Einde hoofdbestuurslidmaatschap en schorsing
Artikel 12

1. Elk hoofdbestuurslid kan door de algemene vergadering wor­den geschorst of ontslagen. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van de termijn. Het hoofdbe­stuur kan om dringende redenen een hoofdbestuurslid schorsen in af­wach­ting van het besluit van de eerstvolgende algemene vergade­ring.
2. Het hoofdbestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door bedanken;
b. door periodiek aftreden;
c. door overlijden;

Dagelijks bestuur
Artikel 13

1. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vor­men tezamen het dagelijks be­stuur.
2. Het hoofdbestuur is verplicht een plaatsvervanger voor de penningmeester en de secretaris aan te wij­zen.
3. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van de bond en met de uitvoering van de hoofdbe­stuursbe­sluiten.

Artikel 14 Tuchtrechtspraak, niet betrekking hebbende op seksuele intimidatie en doping
1. Alle leden van de KNKB zijn onderworpen aan de tuchtrechtspraak van de KNKB.
2. De tuchtrechtspraak in de KNKB is onafhankelijk en geschiedt door de strafcommissie en de beroepscommissie volgens het "reglement strafbepalingen van de KNKB".
3. Het hoofdbestuur is bevoegd bij overtreding van het "reglement strafbepalingen van de KNKB" een ordemaatregel te nemen, welke ordemaatregel een beleidsmaatregel en geen tuchtrechtelijke straf is. De ordemaatregel van het hoofdbestuur is voor haar duur bindend.
4. Het "reglement strafbepalingen van de KNKB" regelt de wijze van benoeming van de leden van de strafcommissie en van de beroepscommissie, hun samenstelling, bevoegdheden en werkwijze, alsmede de overtredingen, de op te leggen straffen, de procesgang en de rechten en verplichtingen van het in overtreding zijnde lid.

Artikel 15 Tuchtrechtspraak Stichting Instituut Sportrechtspraak (“ISR”), met betrekking tot seksuele intimidatie en doping
1. De in dit artikel bedoelde (tucht)rechtspraak heeft uitsluitend betrekking op doping en seksuele intimidatie en is van toepassing op alle leden van de KNKB, indien en voor zover de KNKB met het ISR een overeenkomst heeft gesloten waarin de KNKB haar tuchtrechtspraak gedeeltelijk aan het ISR heeft opgedragen.
2. Op een overtreding van de statuten, reglementen en/of besluiten inzake doping en seksuele intimidatie is de tuchtrechtspraak van de KNKB van toepassing. Deze tuchtrechtspraak geschiedt in het geval van doping en/of seksuele intimidatie door de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR.
3. Indien een beslissing, zoals bedoeld in lid 2, tot gevolg heeft dat een besluit nietig is of wordt vernietigd, kan hieraan noch door het betrokken lid noch door derden enig recht op schadeloosstelling worden ontleend, terwijl evenmin aanspraak kan worden gemaakt op een gewijzigde uitslag of op het opnieuw houden van een wedstrijd en/of evenement.
4. Ten behoeve van de door het ISR in de KNKB uit te oefenen rechtspraak sluit de KNKB met het ISR een daartoe strekkende overeenkomst in de zin van artikel 46 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, krachtens welke overeenkomst het uitoefenen van de overeengekomen rechtspraak in de KNKB wordt opgedragen aan het ISR. Het hoofdbestuur doet van de overeenkomst die het met het ISR heeft gesloten mededeling aan alle leden van de KNKB.
5. De door het ISR in de KNKB krachtens een overeenkomst uit te oefenen (tucht)rechtspraak geschiedt in naam, ten behoeve, alsmede voor rekening en risico van de KNKB. De KNKB vrijwaart het ISR, zijn bestuursleden, zijn tuchtrechters, zijn bindend adviseurs, zijn ambtelijke secretariaat, zijn juridisch secretariaat, zijn deskundigen en zijn juridisch adviseur voor elke aansprakelijkheid ten aanzien van zowel de door of namens het ISR verzorgde rechtspleging als met betrekking tot de bij de oprichting van het ISR gekozen en toegepaste constructie van rechtspleging door het ISR in de KNKB.

Artikel 16. Tuchtrechtspraak Stichting Instituut Sportrechtspraak (“ISR”), met betrekking tot seksuele intimidatie en doping, vervolg
1. De in dit artikel bedoelde (tucht)rechtspraak heeft uitsluitend betrekking op doping en seksuele intimidatie.
2. Het hoofdbestuur behoeft voor het aangaan en het wijzigen van de overeenkomst met het ISR de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering.
3. Met betrekking tot de aan het ISR opgedragen (tucht)rechtspraak gelden de met het ISR overeengekomen reglementen als de van toepassing zijnde reglementen van de KNKB, welke reglementen door het bestuur van het ISR worden vastgesteld en gewijzigd.
4. De van toepassing zijnde reglementen van het ISR treden in de KNKB in werking op de door het hoofdbestuur van de KNKB met het ISR overeengekomen datum, van welke datum het hoofdbestuur aan de leden via een publicatie mededeling doet. Wijzigingen in de desbetreffende reglementen treden in werking op de door het bestuur van het ISR vastgestelde datum. Het hoofdbestuur doet van deze datum alsmede van de wijzigingen in een van toepassing zijnd reglement via een publicatie mededeling aan de leden. De KNKB is niet bevoegd zelf een wijziging in een van toepassing zijnd reglement van het ISR aan te brengen.
5. Tenzij in een reglement van het ISR anders is bepaald, zijn de van toepassing zijnde reglementen van het ISR op de leden van de KNKB van toepassing volgens de laatste, door het bestuur van het ISR vastgestelde versie, zoals gepubliceerd op de website en in de databank van het ISR.
6. De KNKB en haar leden aanvaarden te allen tijde en zonder enig voorbehoud volledig de toepasselijkheid van de overeengekomen reglementen van het ISR inzake doping en seksuele intimidatie op de (tucht)rechtspraak van de KNKB. De verplichting om bedoelde reglementen te aanvaarden en na te komen geldt voor de leden tevens als een verplichting in de zin van artikel 27 van Boek 2 respectievelijk als een verbintenis van de leden in de zin van artikel 34a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
7. De leden aanvaarden voor de duur van hun lidmaatschap van de KNKB de in dit artikel ten hunnen laste door de KNKB in de overeenkomst met het ISR aangegane verplichtingen, alsmede voor de duur na de beëindiging van hun lidmaatschap van de KNKB indien zij alsdan betrokken zijn bij een bij het ISR in behandeling zijnde zaak, zulks totdat in die zaak onherroepelijk is beslist.

Artikel 17. Tuchtrechtspraak Stichting Instituut Sportrechtspraak (“ISR”), met betrekking tot seksuele intimidatie en doping, vervolg
1. De in dit artikel bedoelde (tucht)rechtspraak heeft uitsluitend betrekking op doping en seksuele intimidatie.
2. Op de leden is ingeval van seksuele intimidatie van toepassing het Tuchtreglement seksuele intimidatie van het ISR. Op de leden is in dopinggevallen van toepassing het Tuchtreglement dopingzaken en het Dopingreglement, de daarvan deel uitmakende dopinglijsten, de Bijlage Dispensaties en de bijlage Whereabouts van het ISR. Wanneer het Dopingreglement wordt overtreden, geschiedt de tuchtrechtspraak met inachtneming van het Tuchtreglement dopingzaken en het Dopingreglement van het ISR.
3. Wanneer gesproken wordt over de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR worden hieronder tevens begrepen hun algemeen voorzitters, kamers, kamervoorzitters alsmede het ambtelijk en het juridisch secretariaat van het ISR.
4. Met inachtneming van bepaalde in het Dopingreglement is het hoofbestuur bevoegd naar aanleiding van een overtreding van het Dopingreglement een ordemaatregel te nemen, welke ordemaatregel een beleidsmaatregel en geen tuchtrechtelijke straf is. Het hoofdbestuur is op grond van het Tuchtreglement seksuele intimidatie eveneens bevoegd een ordemaatregel te nemen, welke ordemaatregel een beleidsmaatregel en geen tuchtrechtelijke straf is.
5. Voor de duur van de in artikel 25 lid 1 bedoelde overeenkomst zijn de tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR een orgaan van de KNKB. De tuchtcommissie en de commissie van beroep spreken recht in naam van de KNKB en hun uitspraken gelden als uitspraken van de KNKB.
6. De leden van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het ISR worden benoemd door het bestuur van het ISR. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR kennen elk een dopingkamer die met het behandelen van een overtreding van het Dopingreglement is belast. De tuchtcommissie en de commissie van beroep van het ISR kennen elk tevens een kamer die is belast met het behandelen van overtredingen seksuele intimidatie betreffende. De commissies worden bijgestaan door het ambtelijk secretariaat en het juridisch secretariaat van het ISR.
7. Er is in het kader van de tuchtrechtspraak van het ISR sprake van een overtreding indien er sprake is van een overtreding in de zin van het Tuchtreglement seksuele intimidatie, Tuchtreglement dopingzaken en/of van het Dopingreglement.
8. Het Tuchtreglement seksuele intimidatie en het Tuchtreglement dopingzaken van het ISR regelen de wijze van het benoemen van de leden van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het ISR, hun samenstelling, bevoegdheden en werkwijze, alsmede de overtreding, de op te leggen straffen, de procesgang en de rechten en verplichtingen van het in overtreding zijnde lid.
9. Een uitspraak van de tuchtcommissie en van de commissie van beroep van het ISR is bindend, zowel voor het betrokken lid, de andere leden van de KNKB als voor de KNKB zelf. De in lid 4 genoemde ordemaatregel van het hoofdbestuur is bindend voor de duur van die maatregel.
10. Alle leden, organen en commissies van de KNKB zijn gehouden mede te werken aan het tot stand komen van een uitspraak van de tuchtcommissie en/of van de commissie van beroep van het ISR en zijn tevens gehouden mee te werken aan het ten uitvoerleggen van de door deze commissies opgelegde straffen.

Bestuursbevoegdheid en vertegenwoordiging
Artikel 18

1. Het hoofdbestuur is na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering bevoegd tot het sluiten van overeen­kom­sten die betrekking hebben op het kopen, vervreemden of bezwaren van regis­tergoe­deren, het sluiten van overeenkomsten waarbij de bond zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Voor het aangaan van alle andere overeenkomsten en het maken van kosten is de jaarbegroting leidend. Deze wordt op voorstel van het hoofdbestuur door de algemene vergadering vastgesteld.
2. De bond wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het hoofdbe­stuur of door de voorzitter of zijn plaats­ver­vanger tezamen met de secreta­ris of zijn plaatsvervan­ger.

Jaarverslag en rekening en verantwoording
Artikel 19

1. Het hoofdbestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de bond zo­danige aantekeningen te hou­den, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het hoofdbestuur brengt in de jaarlijks uiterlijk op 1 mei van ieder jaar te Franeker te houden algemene verga­dering (de jaarvergadering) verslag uit over het afge­lopen verenigings­jaar en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten met een accoun­tantsverkla­ring, rekening en ver­ant­woording over zijn in dat jaar gevoerd be­leid. De ac­coun­tant wordt op voordracht van het hoofdbe­stuur door de algemene verga­dering benoemd.
3. Als op de in lid 2 vermelde vergadering de aldaar bedoelde verklaring van de accountant niet wordt over­legd, wordt uit de leden ­een financiële commissie van drie personen uit even zovele verenigingen benoemd, die geen deel mogen uitmaken van het hoofdbestuur. De financiële commissie onderzoekt de reke­ning en ver­ant­woor­ding, alsmede de doelmatigheid van het financiële beleid van het hoofdbestuur en brengt aan de alge­mene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
4. Het hoofdbestuur is verplicht aan de financiële commissie alle door haar gewenste in­lichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der bond te geven
5. Goedkeuring van de rekening en verantwoording door de al­gemene vergadering strekt tot decharge van het hoofdbe­stuur.

Commissies en werkgroepen
Artikel 20

Naast de in artikel 14 genoemde financiële commissie kent de bond als statutaire commissies: strafcommissie, beroepscommissie en reglementencommissie.
De leden van deze commissies worden op voordracht van het hoofdbestuur benoemd en ontslagen door de algemene vergadering. Het hoofdbestuur kan een lid schorsen tot de eerstvolgende algemene vergadering.
Naast de statutaire commissies kan het hoofdbestuur beleidscommissies en uitvoerende werkgroepen instellen. Leden van deze commissies en werkgroepen worden door het hoofdbestuur benoemd, geschorst en ontslagen.

Algemene vergadering
Artikel 21

1. Het hoofdbestuur roept de algemene vergadering bijeen, wanneer het dit wen­selijk oordeelt, of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten ver­plicht is.
2. De leden worden tenminste vier weken van te voren schrif­te­lijk onder opgave van de agenda ter verga­dering opgeroe­pen.
3. Voorts is het hoofdbestuur, op schriftelijk verzoek van tenminste een zoda­nig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van het één/tiende ge­deelte der stemmen in een algemene vergadering, verplicht tot het bijeen­roepen van een algemene vergadering binnen een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien da­gen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroe­ping overgaan op de wijze waarop het hoofdbe­stuur de algemene vergadering bijeenroept of bij adver­ten­tie in tenminste één ook in de provincie Friesland veel gele­zen dagbla­d.

Artikel 22
1. Alle leden hebben toegang tot de alge­mene vergadering.
2. Het stemrecht wordt in een algemene vergadering uitgeoe­fend door de verenigingen. Iedere vereniging wijst daartoe uit haar leden een meerderjarig na­tuur­lijk persoon als afgevaar­digde aan. Elke afgevaar­digde dient in het bezit te zijn van een verklaring, waaruit blijkt dat hij namens zijn vereniging is afgevaar­digd. Leden van het hoofdbestuur kunnen niet tevens afge­vaar­digde zijn.
3. Het door elke vereniging uit te brengen aantal stemmen is afhankelijk van het aantal natuurlijke perso­nen dat van de vereniging lid is en voor wie afdracht aan de bond is vol­daan. De stemverhouding wordt nader in het huishou­delijk reglement omschreven.
4. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan.

Artikel 23
1. Van de algemene vergadering worden door of namens het hoofdbestuur notulen gehouden.
2. De notulen worden verzonden naar de verenigingen en worden in de volgende al­gemene vergadering vastgesteld.
3. De notulen en jaarverslagen dienen te worden be­waard.

Artikel 24
1. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter of zijn plaatsver­vanger. Bij beider ontstentenis of belet treedt één der andere hoofdbe­stuursleden, door het hoofdbe­stuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voor­ziet de vergadering daarin zelf.
2. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een be­sluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een ge­nomen besluit, voorzover ge­stemd werd over een niet schrif­telijk vastgesteld voorstel.
3. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het tweede lid be­doeld oordeel de juistheid daar­van betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerder­heid der vergadering of, indien de oorspronkelij­ke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerech­tigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming ver­vallen de rechtsgevol­gen van de oorspronkelijke stem­ming.

Besluitvorming
Artikel 25

1. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de organen van de bond genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stem­men. Indien bij de verkiezing van personen bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid verkrijgt, wordt een tweede vrije stemming gehouden. Als ook deze stemming geen volstrekte meerderheid oplevert, wordt gestemd over een dub­beltal van de te verkiezen personen, bestaande uit hen, die de meeste stemmen op zich verenigden. Indien ver­schillende personen, meer dan een dubbeltal, wegens gelijk aantal stemmen voor de eind­stemming in aanmerking zouden komen, vindt er eerst een tussen­stemming plaats. Wanneer hierbij, of bij de eind­stem­ming, een gelijk aantal stemmen wordt verkregen, be­slist het lot. Bij twijfel omtrent de regeling of het re­sultaat van de stemming, beslist de voorzitter, tenzij de meerder­heid van de vergade­ring anders beslist.
2. Over personen wordt schriftelijk, over zaken wordt monde­ling gestemd, ten­zij de vergadering op voorstel van de voor­zitter anders beslist. Blanco en niet juist uitgebrach­te stemmen tellen niet mee. Bij staking van stemmen over per­so­nen, niet zijnde verkiezingen, wordt een tweede keer gestemd. Sta­ken de stem­men wederom, dan beslist het lot. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verwor­pen.

Wijziging van de statuten en ontbinding van de bond
Artikel 26

1. Besluiten tot wijziging van deze statuten, tot fusie of tot ontbin­ding van de bond kunnen slechts worden genomen met tenmin­ste twee­/derde der geldig uit­ge­brachte stemmen in een al­geme­ne vergadering, waarin tenminste de helft van het aan­tal stemge­rechtig­de leden vertegen­woordigd is.
2. Is in deze algemene vergadering het voorgeschreven aantal leden niet verte­genwoordigd, dan kan in een volgende verga­dering, welke tussen twee en zes weken na die eerste verga­dering moet worden gehouden, ongeacht het aantal vertegen­woordigde stemgerechtigde leden, met tenminste twee/derde der gel­dig uitgebrachte stemmen een besluit hierover worden genomen.
3. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behan­deling van een voorstel tot statutenwijziging of ontbin­ding hebben gedaan, moeten tenmin­ste vijf dagen voor de vergade­ring een afschrift van dat voorstel, waarin de voorge­stelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden en de leden der verenigingen ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergade­ring wordt gehouden.
4. Op de agenda van de algemene vergadering dient het voor­stel tot statuten­wijziging of tot ontbinding te worden vermeld, alsmede de plaats waar het voorstel ter inzage ligt.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlij­den van de akte is ieder hoofdbe­stuurslid dan wel een door de algemene vergadering gevol­machtigd persoon bevoegd onder overlegging van een gewaarmerkt uittreksel uit de notulen van de vergade­ring.

Artikel 27
1. Bij ontbinding van de bond is het hoofdbestuur belast met de vereffe­ning. Gedurende de vereffening blij­ven de be­palingen van deze statuten zo­veel mogelijk van kracht.
2. Een eventueel batig saldo zal zijn bestemd voor een door de algemene verga­dering te bepalen doel, dat zoveel moge­lijk in overeenstemming is met het doel van de bond.

Verenigingsjaar
Artikel 28

Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Reglementen
Artikel 29

1. De algemene vergadering is bevoegd op voorstel van het hoofdbestuur of een vereniging reglementen vast te stellen of te wijzigen, met dien verstande dat deze reglementen geen bepa­lingen mogen bevatten die met deze statuten of de wet in strijd zijn.
2. Besluiten tot het vaststellen of wijzigen van een regle­ment kunnen slechts worden genomen met een meerderheid der gel­dig uitgebrachte stemmen in een algemene vergadering.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen de door het ISR vast te stellen en krachtens overeenkomst van
toepassing verklaarde reglementen alleen worden gewijzigd door het bestuur van het ISR.
4. Een reglement dat door het ISR van toepassing is verklaard of een reglement van het ISR dat gewijzigd is dient via een publicatie te worden medegedeeld aan alle leden.

Slotbepaling
Artikel 30

Aan de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan ande­re organen zijn opgedragen.