statuten en huishoudelijk reglement

Naam, zetel en duur


Artikel 1

<P>1. De vereniging draagt de naam Koninklijke Nederlandse Kaatsbond en is ontstaan door een fusie tussen de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond, opgericht in 1897 en de Christelijke Bond voor de Friese Kaatssport, opgericht in 1934.

2. Zij heeft haar zetel te Franeker, gemeente Franekeradeel.

</P>

Artikel 2

De fusie is tot stand gekomen op 1 april 1994 en de vereniging, hierna te noemen bond, duurt vanaf dat ogenblik voor onbepaalde tijd voort.

Grondslag


Artikel 3

De grondslag van de bond is de erkenning van de pluriformiteit der samenleving en de afspiegeling daarvan in de kaatssport. De bond respecteert de identiteit van ieder lid van de bij de bond aangesloten rechtspersonen. Onverbrekelijk daarmee verbonden is de door de hoofdbesturen der KNKB en CFK getekende inten- tieverklaring


Doel


Artikel 4

<P>1. De bond heeft ten doel de beoefening van de kaatssport te bevorderen met eerbiediging van de levens- beschouwelijke opvattingen van de bij haar leden aangesloten beoefenaars van de kaatssport en het stimuleren van de belangstelling voor deze sport in de ruimste zin van het woord.
2. De bond tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. een band te vormen tussen de verenigingen en de beoefenaars van de kaatssport vanuit de in artikel 3 bedoelde grondslag;
b. het bevorderen van het ontstaan van zoveel mogelijk verenigingen;
c. het (doen) organiseren van wedstrijden vanuit de grondslag als in artikel 3 bedoeld, met eerbiediging van de levensbeschouwelijke opvattingen van de bij haar leden aangesloten beoefenaars van de kaats- sport;
d. het behartigen van de belangen van de leden;
e. alle haar ten dienste staande middelen, welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.</P> <OL style="MARGIN-TOP: -10px"> <OL> <LI></LI></OL>
</OL>

Geldmiddelen
Artikel 5
1. De geldmiddelen van de bond bestaan uit:
a. contributies;
b. schenkingen, legaten en erfstellingen;


c. donaties;
d. subsidies;
e. alle andere baten en inkomsten.
2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.


Leden
Artikel 6
1. De bond kent gewone leden, natuurlijke leden, ereleden, ondersteunende leden en leden van verdienste. a. Gewone leden zijn in Nederland gesitueerde verenigingen die de kaatssport doen beoefenen.
b. Natuurlijke leden zijn spelende en niet-spelende leden van de bij de KNKB aangesloten verenigingen,
zoals bepaald onder a.
c. Ereleden zijn natuurlijke personen, die zich voor de bond in het algemeen bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. Zij worden op voordracht van het hoofdbestuur door de algemene vergadering be- noemd.
d. Ondersteunende leden zijn zowel natuurlijke als rechtspersonen, die de bond steunen door een jaarlijkse bijdrage.
e. Leden van verdienste zijn natuurlijke personen, die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de kaats- sport in het algemeen en op grond daarvan door het hoofdbestuur als zodanig zijn benoemd.
2. Daar waar in deze statuten van leden wordt gesproken, worden de verenigingen bedoeld, tenzij in deze statuten uitdrukkelijk anders is vermeld.
3. Aanmelding voor het lidmaatschap geschiedt schriftelijk bij het hoofdbestuur, dat binnen drie maanden na de aanmelding over de toelating beslist.
4. Bij afwijzing heeft de belanghebbende vereniging recht van beroep op de algemene vergadering, schriftelijk in te stellen binnen één maand, nadat het betreffende besluit - onder verwijzing naar haar recht van
beroep - ter kennis van de vereniging is gebracht. In de eerstvolgende algemene vergadering wordt
hieromtrent uitspraak gedaan.
5. De aanmelding van natuurlijke leden geschiedt via de vereniging.


Einde van het lidmaatschap
Artikel 7
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. wanneer het lid ophoudt te bestaan;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging namens de bond; deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de
vereisten van het lidmaatschap, bij de statuten gesteld, te voldoen, wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de bond niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de bond niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. door ontzetting; deze kan alleen worden uitgesproken, wanneer een lid in strijd met de statuten, de reglementen of de besluiten der bond handelt of de bond dan wel de kaatssport in het algemeen op onredelijke wijze benadeelt.


Een vereniging wordt geacht de bond op onredelijke wijze te benadelen, indien een lid van een vere-
niging die vereniging in het bijzonder, dan wel de kaatssport in het algemeen, op onredelijke wijze benadeelt.
2. Opzegging door een lid dient schriftelijk te geschieden bij het secretariaat tegen het eind van een vereni-
gingsjaar met een opzegtermijn van vier weken. Een lid kan echter zijn lidmaatschap onmiddellijk beëin- digen, indien redelijkerwijs niet van hem gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3. Opzegging namens de bond, alsook ontzetting, geschiedt door het hoofdbestuur, dat een lid ten spoedigste met opgave van redenen schriftelijk in kennis stelt van het betreffende besluit, onder vermelding van de datum waartegen is opgezegd of ontzet. Het lid heeft gedurende één maand na de ontvangst van de kennisgeving recht van beroep op de algemene vergadering; dit recht van beroep moet in de kennisgeving worden vermeld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
4. Het hoofdbestuur is bevoegd een lid te allen tijde te schorsen, indien gronden tot opzegging of ontzetting aanwezig zijn. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot opzegging of ontzetting eindigt door het verloop van die termijn.
5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft de jaarlijkse contributie in het geheel verschuldigd.
6. Ontzetting is eveneens mogelijk voor de overige in artikel 6, lid 1 vermelde leden. Artikel 7, leden 3 en 4 zijn van toepassing.


Contributie
Artikel 8
1. De leden zijn verplicht een door de algemene vergadering vast te stellen contributie en/of afdracht te betalen.
2. Een lid kan niet door opzegging van zijn lidmaatschap de toepasselijkheid van een besluit, waarbij de statutaire verplichtingen van de leden zijn verzwaard, te zijnen opzichte uitsluiten.


Organisatie
Artikel 9
1. De bond is onderverdeeld in verenigingen. De taken, bevoegdheden en organisatie van de verenigingen worden bepaald in het huishoudelijk reglement van de bond.
2. In elke plaats mag één vereniging zijn, behalve in de stad Leeuwarden, waar meer verenigingen mogen zijn.
3. Verenigingen werken samen in een federatie, een regionaal samenwerkingsverband tussen afzonderlijke verenigingen. Elke bij de KNKB aangesloten vereniging maakt deel uit van één federatie. Het hoofdbestuur verzorgt, na overleg met de verenigingen, de indeling van de federaties.
4. Een federatie is gehouden in haar statuten op te nemen, dat:
a. de statuten en reglementen van de KNKB, alsook de besluiten van haar organen, worden nageleefd;
b. de belangen van de KNKB en/of haar organen niet geschaad zullen worden;
c. alle overige verplichtingen die de KNKB in naam van haar leden aangaat of die uit het lidmaatschap voortvloeien worden aanvaard en nagekomen.


5. Een federatie heeft geen stem in de algemene vergadering; die is voorbehouden aan de individuele leden
van de federatie.




Hoofdbestuur
Artikel 10
1. De bond wordt bestuurd door een hoofdbestuur, bestaande uit ten minste vijf en ten hoogste zeven meer- derjarige natuurlijke personen.
2. De hoofdbestuursleden worden door de algemene vergadering uit de leden van de verenigingen benoemd.
Er mogen niet meer dan twee leden uit de zelfde vereniging zitting nemen in het hoofdbestuur.
3. Voor de benoeming van de hoofdbestuursleden kunnen door het hoofdbestuur en de verenigingen kan- didaten worden gesteld.
4. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie gekozen.
5. De indeling van de overige functies en de werkwijze van het hoofdbestuur worden nader bepaald in het huishoudelijk reglement.
6. Indien het hoofdbestuur uit minder dan het vastgestelde aantal leden bestaat, behoudt het niettemin zijn
bevoegdheden. Op de eerstvolgende algemene vergadering wordt in de vacature voorzien.
7. De benoeming van een hoofdbestuurslid geschiedt voor een tijdvak van drie jaar. Een aftredend lid is terstond herbenoembaar, doch niet vaker dan drie keer.
8. Telkenjare treedt tenminste één/derde van het aantal leden af volgens een door het hoofdbestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden zijn direct herkiesbaar. Bij een tussentijdse vacature neemt het nieuwe hoofdbestuurslid op het rooster de plaats in van degene die hij opvolgt.


Einde hoofdbestuurslidmaatschap en schorsing
Artikel 11
1. Elk hoofdbestuurslid kan door de algemene vergadering worden geschorst of ontslagen. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van de termijn. Het hoofdbestuur kan om dringende redenen een hoofdbestuurslid schorsen in afwachting van het besluit van de eerstvolgende algemene vergadering.
2. Het hoofdbestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door bedanken;
b. door periodiek aftreden;
c. door overlijden;


Dagelijks bestuur
Artikel 12
1. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur.
2. Het hoofdbestuur is verplicht een plaatsvervanger voor de penningmeester en de secretaris aan te wijzen.
3. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse leiding van de bond en met de uitvoering van de hoofdbe- stuursbesluiten.


Bestuursbevoegdheid en vertegenwoordiging
Artikel 13
1. Het hoofdbestuur is na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering bevoegd tot het sluiten
van overeenkomsten die betrekking hebben op het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de bond zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Voor het aangaan van alle andere overeenkomsten en het maken van kosten is de jaarbegroting leidend. Deze
wordt op voorstel van het hoofdbestuur door de algemene vergadering vastgesteld.
2. De bond wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het hoofdbestuur of door de voorzitter of zijn
plaatsvervanger tezamen met de secretaris of zijn plaatsvervanger.


Jaarverslag en rekening en verantwoording
Artikel 14
1. Het hoofdbestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de bond zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het hoofdbestuur brengt in de jaarlijks uiterlijk op 1 mei van ieder jaar te Franeker te houden algemene vergadering (de jaarvergadering) verslag uit over het afgelopen verenigingsjaar en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten met een accountantsverklaring, rekening en verant- woording over zijn in dat jaar gevoerd beleid. De accountant wordt op voordracht van het hoofdbestuur door de algemene vergadering benoemd.
3. Als op de in lid 2 vermelde vergadering de aldaar bedoelde verklaring van de accountant niet wordt over-
legd, wordt uit de leden een financiële commissie van drie personen uit even zovele verenigingen benoemd, die geen deel mogen uitmaken van het hoofdbestuur. De financiële commissie onderzoekt de rekening en verantwoording, alsmede de doelmatigheid van het financiële beleid van het hoofdbestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
4. Het hoofdbestuur is verplicht aan de financiële commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der bond te geven
5. Goedkeuring van de rekening en verantwoording door de algemene vergadering strekt tot decharge van het hoofdbestuur.


Commissies en werkgroepen
Artikel 15
Naast de in artikel 14 genoemde financiele commissie kent de bond als statutaire commissies: strafcommissie, beroepscommissie en reglementencommissie.
De leden van deze commissies worden op voordracht van het hoofdbestuur benoemd en ontslagen door de algemene vergadering. Het hoofdbestuur kan een lid schorsen tot de eerstvolgende algemene vergadering. Naast de statutaire commissies kan het hoofdbestuur beleidscommissies en uitvoerende werkgroepen instellen. Leden van deze commissies en werkgroepen worden door het hoofdbestuur benoemd, geschorst en ontslagen.


Algemene vergadering
Artikel 16
1. Het hoofdbestuur roept de algemene vergadering bijeen, wanneer het dit wenselijk oordeelt, of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is.
2. De leden worden tenminste vier weken van te voren schriftelijk onder opgave van de agenda ter verga- dering opgeroepen.
3. Voorts is het hoofdbestuur, op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is
tot het uitbrengen van het één/tiende gedeelte der stemmen in een algemene vergadering, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering binnen een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het hoofdbestuur de algemene vergadering bijeenroept of bij advertentie in tenminste één ook in de provincie Friesland veel gelezen dagblad.


Artikel 17
1. Alle leden hebben toegang tot de algemene vergadering.
2. Het stemrecht wordt in een algemene vergadering uitgeoefend door de verenigingen. Iedere vereniging wijst daartoe uit haar leden een meerderjarig natuurlijk persoon als afgevaardigde aan. Elke afgevaardigde dient in het bezit te zijn van een verklaring, waaruit blijkt dat hij namens zijn vereniging is afgevaardigd. Leden van het hoofdbestuur kunnen niet tevens afgevaardigde zijn.
3. Het door elke vereniging uit te brengen aantal stemmen is afhankelijk van het aantal natuurlijke personen dat van de vereniging lid is en voor wie afdracht aan de bond is voldaan. De stemverhouding wordt nader in het huishoudelijk reglement omschreven.
4. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan.


Artikel 18
1. Van de algemene vergadering worden door of namens het hoofdbestuur notulen gehouden.
2. De notulen worden verzonden naar de verenigingen en worden in de volgende algemene vergadering
vastgesteld.
3. De notulen en jaarverslagen dienen te worden bewaard.


Artikel 19
1. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Bij beider ontstentenis of belet treedt één der andere hoofdbestuursleden, door het hoofdbestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
2. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgesteld voorstel.
3. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het tweede lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de


oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit
verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.


Besluitvorming
Artikel 20
1. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de organen van de bond genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen. Indien bij de verkiezing van personen bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid verkrijgt, wordt een tweede vrije stemming
gehouden. Als ook deze stemming geen volstrekte meerderheid oplevert, wordt gestemd over een dubbeltal van de te verkiezen personen, bestaande uit hen, die de meeste stemmen op zich verenigden. Indien ver- schillende personen, meer dan een dubbeltal, wegens gelijk aantal stemmen voor de eindstemming in aanmerking zouden komen, vindt er eerst een tussenstemming plaats. Wanneer hierbij, of bij de eindstem- ming, een gelijk aantal stemmen wordt verkregen, beslist het lot. Bij twijfel omtrent de regeling of het re- sultaat van de stemming, beslist de voorzitter, tenzij de meerderheid van de vergadering anders beslist.
2. Over personen wordt schriftelijk, over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij de vergadering op voorstel van de voorzitter anders beslist. Blanco en niet juist uitgebrachte stemmen tellen niet mee. Bij staking van stemmen over personen, niet zijnde verkiezingen, wordt een tweede keer gestemd. Staken de stemmen wederom, dan beslist het lot. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verwor- pen.


Wijziging van de statuten en ontbinding van de bond
Artikel 21
1. Besluiten tot wijziging van deze statuten, tot fusie of tot ontbinding van de bond kunnen slechts worden genomen met tenminste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen in een algemene vergadering, waarin tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden vertegenwoordigd is.
2. Is in deze algemene vergadering het voorgeschreven aantal leden niet vertegenwoordigd, dan kan in een
volgende vergadering, welke tussen twee en zes weken na die eerste vergadering moet worden gehouden, ongeacht het aantal vertegenwoordigde stemgerechtigde leden, met tenminste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen een besluit hierover worden genomen.
3. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging of ontbinding hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden en de leden der verenigingen ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
4. Op de agenda van de algemene vergadering dient het voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding te worden vermeld, alsmede de plaats waar het voorstel ter inzage ligt.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder hoofdbestuurslid dan wel een door de algemene vergadering gevol- machtigd persoon bevoegd onder overlegging van een gewaarmerkt uittreksel uit de notulen van de vergadering.


Artikel 22
1. Bij ontbinding van de bond is het hoofdbestuur belast met de vereffening. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
2. Een eventueel batig saldo zal zijn bestemd voor een door de algemene vergadering te bepalen doel, dat zoveel mogelijk in overeenstemming is met het doel van de bond.


Verenigingsjaar
Artikel 23
Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.


Reglementen
Artikel 24
1. De algemene vergadering is bevoegd op voorstel van het hoofdbestuur of een vereniging reglementen vast te stellen of te wijzigen, met dien verstande dat deze reglementen geen bepalingen mogen bevatten die
met deze statuten of de wet in strijd zijn.
2. Besluiten tot het vaststellen of wijzigen van een reglement kunnen slechts worden genomen met een meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen in een algemene vergadering.


Slotbepaling
Artikel 25
Aan de algemene vergadering komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.